ECLI:NL:OGEAA:2016:411

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 februari 2016
Publicatiedatum
22 juni 2016
Zaaknummer
426 van 2015, P-2015/06927
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Landsverordening verdovende middelenArt. 3 Landsverordening verdovende middelenArt. 11 Landsverordening verdovende middelenArt. 49 Wetboek van StrafrechtArt. 1:13 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van ruim vier kilo cocaïne in Aruba

Op 5 februari 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk in bezit hebben van ongeveer 4204,7 gram ruwe cocaïne. De zaak werd behandeld na terechtzittingen op 18 september 2015 en 15 januari 2016. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van tweeëneenhalf jaar, terwijl de verdediging onder meer de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanvoerde.

Het gerecht achtte bewezen dat verdachte op of omstreeks 25 mei 2015 in Aruba cocaïne in bezit had, waarbij het bezit van die hoeveelheid duidt op handel en verspreiding. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De strafbaarheid werd bevestigd omdat geen omstandigheden aannemelijk waren die strafuitsluiting rechtvaardigen.

De straf werd vastgesteld op dertig maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne, de bijdrage aan het internationale drugscircuit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn gezondheid. Daarnaast werden de inbeslaggenomen cocaïne en aan het delict gerelateerde goederen onttrokken aan het verkeer en verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor bezit van ruim vier kilo cocaïne.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
S T R A F V O N N I S
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans [...] gedetineerd.

1.Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2015 en 15 januari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez.
De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëneenhalf jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen cocaïne en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen zwarte rugtas van het merk “[merk]”, de blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]”, model [model] (voorzien van het nummer [nummer]) en de blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]” (voorzien van het nummer [nummer]).
De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:
dat hij op of omstreeks 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 4204,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;
(artikel 3 van Pro de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 49 van Pro het Wetboek van Strafrecht)

3.Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.
Bevoegdheid van het gerecht
Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Redenen voor schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4.Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring
Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft be-gaan, met dien verstande dat het bewezen acht:
dat hij op
of omstreeks25 mei 2015 in Aruba
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan nietopzettelijk een hoeveelheid
(ruwe)cocaïne (van ongeveer 4204,7 gram),
zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld,in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5.Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.
De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6.Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van Pro die Landsverordening.
Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8.Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft ruim vier kilo cocaïne in zijn bezit gehad. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Het gerecht overweegt met betrekking tot de hoeveelheid cocaïne die bij verdachte is aangetroffen, dat die van dien aard is dat die bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in met name cocaïne gaat gepaard met vele vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Met de handel in cocaïne wordt veel geld verdiend. Kennelijk heeft verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Daarnaast heeft verdachte door zijn strafbare gedraging een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf van langere duur is op zich geïndiceerd.
Ten voordele van verdachte geldt dat hij hier te lande nooit eerder ter zake van een soortgelijk delict is veroordeeld.
De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte hartpatiënt is en dat de detentie hem zwaar valt. Hoewel het gerecht hiervoor begrip heeft is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte detentieongeschikt is.
Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen.

9.Inbeslaggenomen voorwerpen

A.
Onttrekking aan het verkeer
Ten aanzien van de in beslaggenomen cocaïne, met verpakking, zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan en dat voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
B.
Verbeurdverklaring
De in beslag genomen zwarte rugtas van het merk “[merk]”, blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]”, model [model] (voorzien van het nummer [nummer]) en de blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]” (voorzien van het nummer [nummer]), waarvan ter terechtzitting is gebleken dat die aan de verdachte toebehoren en dat met behulp daarvan het feit is begaan of voorbereid, zullen verbeurd worden verklaard.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11.Beslissing

Het gerecht:
verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hiervoor bewezen geacht heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
dertig (30) maanden;
bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuit-voerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot
zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op
drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
onttrekt aan het verkeerhet in rubriek 9A genoemde voorwerp;
verklaart verbeurdde in rubriek 9B genoemde voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 5 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.