ECLI:NL:OGEAA:2016:375
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor verblijf en werkvergunning in afwachting bezwaarprocedure
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit en woonachtig in Aruba, had een aanvraag voor een nieuwe vergunning tot tijdelijk verblijf en werk bij een Arubaanse werkgever ingediend. Deze aanvraag werd op 16 maart 2016 door verweerder afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om tijdens de bezwaarprocedure in Aruba te mogen verblijven en werken.
Tijdens de zitting op 23 mei 2016 verscheen verzoeker vertegenwoordigd door zijn advocaat, terwijl verweerder niet kwam opdagen. De advocaat van verzoeker trok het verzoek ten aanzien van de werkgever in. Het gerecht oordeelde dat ondanks dat de beschikking niet direct tot onmiddellijke verwijdering leidt, het spoedeisend belang van verzoeker voldoende is. Dit vanwege de onzekerheid en het feit dat verzoeker niet vrij kan reizen of werken.
Het gerecht stelde vast dat de afwijzingsgrond onjuist was, mede gelet op een soortgelijke zaak waarin de vergunning vermoedelijk alsnog zou worden verleend. Daarom bepaalde het gerecht dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure wordt behandeld alsof hij in het bezit is van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf en werk. Proceskosten werden niet toegewezen. Het griffierecht werd aan verzoeker terugbetaald.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig behandeld alsof hij een geldige vergunning tot verblijf en werk bezit totdat op het bezwaar is beslist.