ECLI:NL:OGEAA:2016:331
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot inschrijving buitenlands vonnis gezag minderjarige in Aruba
De vader van een minderjarige, geboren in Haïti, verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om een verklaring ex artikel 1:26 BW Pro af te geven voor een Haïtiaanse uitspraak waarin hem de wettelijke voogdij over zijn kind werd toegekend. De minderjarige verbleef feitelijk in Aruba en de vader wilde erkenning van het buitenlandse vonnis om de verblijfsstatus van het kind te regelen.
Het verzoek werd beoordeeld aan de hand van artikel 1:26 BW Pro, dat bepaalt dat een buitenlandse uitspraak slechts kan worden ingeschreven indien deze naar zijn aard geschikt is voor opname in het register van de burgerlijke stand. Het gerecht oordeelde dat voogdij- of gezagsbesluiten niet in het register worden opgenomen, zodat het vonnis niet vatbaar is voor inschrijving.
Daarom werd het verzoek van de vader afgewezen. De beschikking werd op 17 mei 2016 in het openbaar uitgesproken door rechter Y.M. Vanwersch.
Uitkomst: Het verzoek tot inschrijving van het buitenlandse vonnis inzake gezag over de minderjarige in het register van de burgerlijke stand is afgewezen.