Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE BESLISSING
3.DE UITSPRAAK
peremptoir;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele procedure tussen WIIC en Tandartsenpraktijk M.E. de L’Isle N.V. heeft het gerecht vastgesteld dat het geheven griffierecht onvoldoende was. Het geldelijk belang van de zaak is vastgesteld op Afl. 319.206,48, waaruit volgt dat 1% griffierecht, zijnde Afl. 3.192,00, verschuldigd is. WIIC had reeds Afl. 450,00 betaald, waardoor een aanvullend bedrag van Afl. 2.742,00 moet worden nageheven.
Het gerecht heeft de griffier opgedragen dit aanvullende griffierecht te heffen en heeft de zaak peremptoir verwezen naar de rol van 8 juni 2016 voor een akte van WIIC waarin zij dient te verklaren of het aanvullende griffierecht is voldaan, met overlegging van een betaalbewijs.
Tot slot heeft het gerecht iedere verdere beslissing aangehouden totdat duidelijk is of het aanvullende griffierecht is betaald. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Schoemaker tijdens een openbare zitting op 11 mei 2016.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol voor nadere uitlating over de betaling van aanvullend griffierecht en verdere beslissing is aangehouden.