ECLI:NL:OGEAA:2016:309

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 mei 2016
Publicatiedatum
12 mei 2016
Zaaknummer
E.J. no. 2715 van 2014
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 143 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet bewezen ontslag op staande voet

In deze zaak vorderde verzoekster E* een verklaring dat zij op 2 januari 2014 op staande voet was ontslagen door verweerster G*. Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft de procedure beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal van bewijslevering en de conclusies na bewijslevering.

De enige getuige van E* verklaarde dat hij van E* had vernomen dat zij was ontslagen en dat hij een tekstbericht op de telefoon van G* had gelezen met woorden die zouden duiden op het ontslag. Dit bewijs was echter uitsluitend gebaseerd op horen zeggen en niet op eigen waarneming van de getuige. Volgens artikel 143 Rv Pro kunnen dergelijke verklaringen niet als bewijs dienen.

Het Gerecht concludeerde dat E* niet heeft bewezen dat zij op staande voet was ontslagen. Daarom werden alle vorderingen van E* afgewezen. Tevens werd E* veroordeeld in de proceskosten van G* en kreeg zij verlof tot kosteloos procederen.

Uitkomst: De vordering tot erkenning van het ontslag op staande voet wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Beschikking van 10 mei 2016
Behorend bij E.J. no. 2715 van 2014
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING in de zaak van:
[naam],
wonende in Aruba,
verzoekster,
hierna ook te noemen: E*,
gemachtigden: de advocaten mrs. M.P. Jansen en D.G. Illes,
tegen:
[naam],
wonende in Aruba,
verweerster,
hierna ook te noemen: G*,
gemachtigde: de advocaat mr. J.A. Saade.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 18 augustus 2015 blijkt uit de tussenbeschikking van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-het proces-verbaal van bewijslevering van 10 november 2015;
-de tegen E* verleende akte van niet dienen van een conclusie na bewijslevering;
-de door G* op 15 maart 2016 genomen conclusie na bewijslevering.
1.2
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Het Gerecht volhardt in zijn in voormelde tussenbeschikking neergelegde overwegingen en beslissingen.
2.2
Naar het oordeel van het Gerecht is het E* niet gelukt om te bewijzen dat zij op 2 januari 2014 op staande voet is ontslagen door G*. De enige door E* voorgebrachte getuige heeft verklaard dat hij van E* heeft vernomen dat zij door G* zou zijn ontslagen. Voorts heeft die getuige verklaard dat hij in de telefoon van G* een tekstbericht heeft gelezen met de woorden “
You will not work with me anymore”, van welk bericht E* tegen de getuige heeft gezegd dat het afkomstig was van G*. De getuige heeft echter niet op objectieve wijze vastgesteld of vast kunnen stellen dat bedoeld bericht daadwerkelijk afkomstig was van G*. Het door E* aangedragen bewijs is allemaal van horen zeggen, en heeft geen betrekking op aan de getuige uit eigen waarneming bekende feiten. Ingevolge artikel 143 Rv Pro kunnen bedoelde verklaringen van de getuige niet als bewijs dienen voor de door E* te bewijzen stelling.
2.3
Vorenstaande brengt met zich dat net als de bij de tussenbeschikking aangekondigde afwijzing van de in die beschikking onder c. vermelde vordering de aldaar vermelde overige vorderingen van E* zullen worden afgewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen.
2.4
E* zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van G*, tot aan deze uitspraak begroot op
Afl. 2.700,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 900,-- per punt).

3.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-wijst af het door E* verzochte;
-veroordeelt E* in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van G*, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.700,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verleent aan E* verlof tot kosteloos procederen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 mei 2016.