Uitspraak
[EENMANSZAAK],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft in de beschikking van 3 mei 2016 geoordeeld over een loonvordering van verzoeker [X] tegen verweerster [Y]. Centraal stond de vraag of er sinds 25 juni 2012 een arbeidsovereenkomst bestond tussen partijen en of het ontslag van [X] rechtsgeldig was.
Uit verklaringen en het niet-bestreden verweer bleek dat [X] vrijwel dagelijks zes dagen per week werkte onder gezag van [Y], waarmee het bestaan van een arbeidsovereenkomst sinds 25 juni 2012 werd vastgesteld. Het ontslag van [X] op 6 augustus 2015 werd nietig verklaard omdat het zonder toestemming van de Directie Arbeid was gegeven en niet op dringende reden was gebaseerd.
De loonvordering van [X] vanaf 25 juni 2015 tot de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst werd toegewezen, met uitzondering van perioden waarin [X] tijdelijk ander werk verrichtte. Vorderingen voor betaling van overuren, wettelijke feestdagen en vrije zondagen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en rechtsverwerking. [Y] werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 25 juni 2015 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met enkele uitzonderingen.