ECLI:NL:OGEAA:2016:244

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 maart 2016
Publicatiedatum
13 april 2016
Zaaknummer
A.R.B.B. no. 2071 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling achterstallige huur en comparitie ter minnelijke regeling

Alacord Investment A.V.V. vordert betaling van achterstallige huur van een depotunit in Aruba. Gedaagde huurt sinds 8 april 2011 het depotunit 58 tegen een maandelijkse huurprijs van 180 gulden. Alacord stelt dat gedaagde een bedrag van 1.645 gulden aan huur heeft achterstallig.

Gedaagde betwist dit bedrag onvoldoende en heeft nagelaten met betalingsbewijzen aan te tonen dat het gevorderde bedrag onjuist is. Het Gerecht stelt vast dat gedaagde het bedrag van 1.645 gulden verschuldigd is en zal dit bij het eindvonnis toewijzen, inclusief de wettelijke rente.

Het Gerecht gelast een comparitie van partijen om inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te beproeven. Gedaagde moet in persoon verschijnen, Alacord vertegenwoordigd door een bevoegde persoon. Verder wordt de beslissing aangehouden voor nadere beoordeling en reactie op het verweer over kosten voor buitengerechtelijke incasso.

Uitkomst: Gedaagde is achterstallige huur van 1.645 gulden verschuldigd en comparitie wordt gelast voor nadere inlichtingen en minnelijke regeling.

Uitspraak

Vonnis van 16 maart 2016
Behorend bij A.R.B.B. no. 2071 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
ALACORD INVESTMENT A.V.V. h.o.d.n. CAYENA DEPOT, gevestigd in Aruba,
EISERES,
hierna ook te noemen: Alacord,
gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena,
tegen:
Gedaagde, wonende in Aruba,
GEDAAGDE,
hierna ook te noemen: Gedaagde,
procederende in persoon.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 15 september 2015 ter griffie ingediende verzoekschrift tot uitvaardiging van een rechterlijk bevel tot betaling, met producties;
- het op 24 februari 2016 ter griffie ingediende verweerschrift, met producties.
Vervolgens is tussenvonnis bepaald op heden.

2.DE BEOORDELING

2.1
Het Gerecht heeft kennis genomen van de gedingstukken en acht het zinvol om inlichtingen te verkrijgen en/of een minnelijke regeling van (een deel van) het geschil te beproeven. Het zal daartoe een comparitie van partijen gelasten, waarop Gedaagde in persoon en Alacord deugdelijk vertegenwoordigd dienen te verschijnen, desgewenst samen met gemachtigden.
2.2
Het Gerecht wijst partijen erop dat het uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die het geraden zal achten.
2.3
De partij die zich ter comparitie op bescheiden wil beroepen, dient die stukken (niet zijnde pleitnota’s, want die worden - óók ter zitting - niet toegelaten)
uiterlijk één weekvóór de comparitie in fotokopie aan zijn wederpartij en aan de griffier van het Gerecht over te leggen.
2.4
De partij die is verhinderd om op de hierna te bepalen datum en tijdstip te verschijnen, dient binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis per brief aan ondergetekende rechter onder opgave van redenen een verzoek om uitstel in te dienen. Bij het verzoek om uitstel dienen tevens de verhinderdata te worden opgegeven van alle partijen en hun gemachtigden gedurende de drie komende maanden na onderstaande dagbepaling. Indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis om uitstel is verzocht, zal nog slechts uitstel worden verleend in geval van overmacht. In dat geval moet de partij die wegens overmacht is verhinderd te verschijnen, onmiddellijk na het intreden van die overmacht per brief aan ondergetekende rechter een verzoek om uitstel doen.
2.5
Alvast wordt het volgende overwogen. Alacord heeft onbestreden gesteld dat zij de eigenaar is van een depotcomplex gelegen in Aruba te Adres, en dat Gedaagde sinds 8 april 2011 het van dat complex deeluitmakende depotunit 58 huurt van Alacord tegen een maandelijks te betalen huurprijs van 180,--. Die stellingen komen daarom vast te staan. Voorts heeft Alacord gesteld dat Gedaagde uit hoofde van achterstallige huur Afl. 1.645,-- verschuldigd is aan Alacord. Die stelling heeft Gedaagde naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende gemotiveerd bestreden. Gedaagde stelt in dat verband immers en weliswaar dat het door Alacord gestelde in hoofdsom gevorderde bedrag niet klopt, maar het had op de weg van Gedaagde gelegen om met betalingsbewijzen onderbouwd precies aan te geven in hoeverre dat bedrag niet juist is. Eén en ander brengt met zich dat verder vast komt te staan dat Gedaagde Afl. 1.645,-- verschuldigd is aan Alacord uit hoofde van onbetaald gelaten huur. Het (impliciet) in hoofdsom door Alacord gevorderde bedrag ad Afl. 1.645,-- zal daarom bij nog te wijzen eindvonnis worden toegewezen. De over de hoofdsom door Alacord gevorderde wettelijke rente (en de ingangsdatum daarvan) zal alsdan, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen.
2.6
Alacord zal ter zitting in elk geval in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op het door Gedaagde opgeworpen verweer met betrekking tot de gevorderde vergoeding voor beweerdelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.
2.7
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
- gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. A.H.M. van de Leur, rechter, op
vrijdag 15 april 2016 om 14:30 uurin zaal A van het in Aruba te J.G. Emanstraat no. 51 gelegen gerechtsgebouw;
- bepaalt dat Gedaagde dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Alacord dan vertegenwoordigd aanwezig moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen, desgewenst samen met hun respectieve gemachtigde;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.