ECLI:NL:OGEAA:2016:219
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechter onbevoegd in verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige
De moeder heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en tot toekenning van het ouderlijk gezag aan haar alleen over de minderjarige, geboren in 2010 uit het huwelijk tussen partijen. De vader is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.
Uit de procedure blijkt dat de minderjarige en de moeder in 2015 uitgeschreven zijn uit het bevolkingsregister van Aruba, hetgeen betekent dat de gewone verblijfplaats van het kind buiten Aruba ligt. Volgens artikel 429c, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 429ba Rv is de rechter in eerste aanleg van de woonplaats of het werkelijk verblijf van het kind bevoegd. Het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 benadrukt dat de gewone verblijfplaats van het kind het zwaarste aanknopingspunt is.
Omdat de gewone verblijfplaats van het kind buiten Aruba ligt, oordeelt het gerecht dat het geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het verzoek. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom verklaart het gerecht zich onbevoegd.
Uitkomst: Het gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over de minderjarige.