ECLI:NL:OGEAA:2016:215

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 februari 2016
Publicatiedatum
11 april 2016
Zaaknummer
BB 1933 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oproeping in vrijwaring in huurkoopgeschil

Duvit Aruba N.V. vordert betaling van openstaande termijnen uit een huurkoopovereenkomst van gedaagde. Gedaagde stelt dat de overeenkomst als vriendendienst is aangegaan voor een derde, Naam, die de betalingen zou verrichten maar daarmee is gestopt en de zaak onbevoegd heeft doorverkocht. Gedaagde verzoekt daarom om Naam in vrijwaring op te roepen.

Het gerecht overweegt dat op grond van artikel 71 Rv Pro voldoende is dat de verzoeker stelt dat de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling te dragen. Dit is hier het geval. Er is geen onredelijke vertraging of nadeel voor Duvit door de oproeping.

Het verzoek wordt toegewezen en Naam wordt toegelaten in vrijwaring. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist. De hoofdzaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor conclusie van antwoord van gedaagde.

Uitkomst: Het verzoek tot oproeping in vrijwaring van Naam wordt toegewezen.

Uitspraak

Vonnis van 17 februari 2016
Behorend bij BB 1933 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident tot vrijwaring in de zaak van:
de naamloze vennootschap
DUVIT ARUBA N.V.,
gevestigd te Aruba,
eiseres in de hoofdzaak,
hierna ook te noemen: “Duvit”,
gemachtigde: mr. E.E. Rosenstand,
tegen:
Gedaagde,
wonende te Aruba,
gedaagde in de hoofdzaak,
hierna ook te noemen: “Gedaagde”,
procederende in persoon,

1.DE PROCEDURE IN HET INCIDENT

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2.HET GESCHIL

2.1
Duvit vordert in de hoofdzaak, samengevat, onder meer dat het gerecht Gedaagde veroordeelt om aan Duvit te betalen een bedrag van Afl. 5.035,03, vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten en 12% contractuele rente vanaf 16 oktober 2014.
2.2
Aan die vordering heeft Duvit, voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd dat zij met Gedaagde een huurkoopovereenkomst is aangegaan en dat Gedaagde haar verplichtingen uit die huurkoopovereenkomst, te weten tijdige betaling van bepaalde huurkooptermijnen, niet is nagekomen.
2.3
Gedaagde heeft verzocht dat het haar wordt toegestaan om de heer Naam, wonende te (Adress) in Aruba (hierna ook: Naam) in vrijwaring op te roepen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat, Naam veroordeeld dient te worden om aan Gedaagde datgene te betalen waartoe Gedaagde in de hoofdzaak jegens Duvit mocht worden veroordeeld, aangezien Gedaagde de huurkoopovereenkomst als een vriendendienst ten behoeve van Naam, die stelde tijdelijk zonder werk te zitten, is aangegaan. Naam zou alle huurkooptermijnen betalen en is daarmee ook aangevangen, maar is daarmee gaandeweg gestopt. Naam heeft de betreffende huurkoopzaak onbevoegdelijk doorverkocht.
2.4
Duvit heeft zich verzet tegen de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring, omdat - kort samengevat – de mogelijke afspraak tussen Gedaagde en Naam Duvit niet regardeert.

3.DE BEOORDELING

3.1
Voor het inwilligen van een verzoek om de oproeping in vrijwaring van een derde te bevelen als bedoeld in art. 71 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), is voldoende dat de verzoeker (voldoende) stelt dat de derde krachtens zijn rechtsverhouding tot de verzoeker verplicht is de nadelige gevolgen te dragen die voortvloeien uit een veroordeling van de verzoeker als gedaagde in de hoofdzaak. Aan dit vereiste is voldaan.
3.2
Van toewijzing van het verzoek is geen onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten. Niet is gesteld of gebleken dat Duvit door toewijzing van het verzoek in enig ander belang zou worden geschaad.
3.3
De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.

4.DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:
in het incident:
wijst het verzoek toe;
staat Gedaagde toe om de heer
Naam, wonende te (Adress) in Aruba, in vrijwaring op te roepen tegen de zitting van
woensdag 16 maart 2016, onder overlegging van het inleidend verzoekschrift in de hoofdzaak, de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring en dit vonnis in het incident, ten einde te worden gehoord op de vordering van Gedaagde tot veroordeling van Naam tot betaling van datgene waartoe Gedaagde in de hoofdzaak jegens Duvit mocht worden veroordeeld;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 16 maart 2016voor conclusie van antwoord aan de zijde van Gedaagde;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.