ECLI:NL:OGEAA:2016:184

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 maart 2016
Publicatiedatum
29 maart 2016
Zaaknummer
E.J. 2283 van 2016
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 4 lid 1 Landsverordening Beëindiging ArbeidsovereenkomstenArtikel 7 lid 1 Landsverordening Beëindiging ArbeidsovereenkomstenArtikel 7 lid 2 Landsverordening Beëindiging Arbeidsovereenkomsten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot nietigverklaring ontslag wegens verjaring

Verzoeksters hebben werkzaamheden verricht in loondienst voor verweerder, die het dienstverband per direct en zonder opgave van reden op 30 augustus 2014 beëindigde.

Verzoeksters stelden dat het ontslag nietig is wegens het ontbreken van een dringende reden en vroegen om kosteloos procederen, nietigverklaring van het ontslag en doorbetaling van loon vanaf de ontslagdatum.

Verweerder voerde verweer, onder meer dat de vordering te laat was ingesteld. De rechter oordeelde dat op grond van de Landsverordening Beëindiging Arbeidsovereenkomsten (LBA) het ontslag zonder toestemming van de Directeur Arbeid nietig is, maar dat de werknemer de nietigheid binnen zes maanden moet inroepen.

Verzoeksters konden niet aantonen dat zij tijdig de nietigheid hadden ingeroepen of dat zij de verjaring hadden gestuit. Zelfs bij veronderstelling dat de Directie Arbeid in september 2014 was geraadpleegd, was de vordering op de datum van het verzoekschrift (2 oktober 2015) verjaard.

Daarom werd het bewijsaanbod gepasseerd en het verzoek afgewezen. Verzoeksters werden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Uitkomst: Het verzoek tot nietigverklaring van het ontslag wordt afgewezen wegens verjaring van de vordering.

Uitspraak

Beschikking van 22 maart 2015
Behorend bij E.J. 2283 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[naam]
en
[naam]
wonende te Aruba,
verzoeksters, hierna ook te noemen: verzoeksters,
gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock,
tegen:
[naam]
wonende te Aruba,
verweerder, hierna ook te noemen: verweerder,
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 2 oktober 2015;
- het verweerschrift;
- de behandeling ter zitting van 16 februari 2016 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Verzoeksters hebben voor Verweerder werkzaamheden in loondienst verricht ten behoeve van zijn eenmanszaak.
2.2
Per 30 augustus 2014 heeft Verweerder het dienstverband per direct en zonder opgave van reden beëindigd.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Verzoeksters verzoeken hen toe te staan kosteloos te procederen en bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, het ontslag nietig te verklaren en Verweerder te veroordelen het loon door te betalen vanaf 30 augustus 2014, vermeerderd met de vertragingsrente en de kosten van de procedure.
3.2
Verzoeksters grondt het verzoek erop dat het ontslag nietig is wegens het ontbreken van een dringende reden.
3.3
Verweerder voert hiertegen verweer dat bij de beoordeling aan de orde komt.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het meest verstrekkende verweer, inhoudende dat de vordering tardief is ingesteld, wordt als eerste behandeld.
4.2
Ingevolge het bepaalde in artikel 4 lid 1 van Pro de Landsverordening Beëindiging Arbeidsovereenkomsten (hierna LBA) is het de werkgever verboden een arbeidsovereenkomst op te zeggen zonder toestemming van de Directeur van de Directie Arbeid. Handelingen hiermee in strijd zijn nietig ex artikel 7 lid Pro LBA. De werknemer dient van deze handelingen binnen 6 maanden de nietigheid in te roepen (artikel 7 lid 2 LBA Pro).
4.3
Verzoeksters hebben weliswaar gesteld dat zij aanstonds naar de Directie Arbeid zijn gegaan, doch hebben hiervan geen rapport overgelegd. Evenmin hebben Verzoeksters andere bescheiden overgelegd waaruit volgt dat zij tijdig de nietigheid hebben ingeroepen. Gelet op het verweer lag het op de weg van Verzoeksters om deze stelling voorafgaande aan de mondelinge behandeling te onderbouwen met verifieerbare stukken. Verzoeksters hebben dit evenwel niet gedaan.
4.4
Echter, zelfs indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat de Directie Arbeid in september 2014 door Verzoeksters is geraadpleegd en Verweerder door de Directie Arbeid is geïnformeerd, dan zou die dag een nieuwe verjaringstermijn van 6 maanden zijn gaan lopen. Aldus is de vordering - nu gesteld noch gebleken is dat er een volgende stuitingshandeling is verricht - rond eind maart /begin april 2015 verjaard. Het onderhavige verzoekschrift dateert van 2 oktober 2015, derhalve ruim na het verstrijken van de verjaringstermijn.
4.5
Een en ander heeft tot gevolg dat het ter zitting gedane bewijsaanbod wordt gepasseerd, omdat zelfs indien Verzoeksters slaagt in het bewijs, de vordering hoe dan ook verjaard is. Het enkele feit dat Verzoeksters de pro deo kaart in een laat stadium kregen, leidt niet tot een ander oordeel. Verzoeksters hadden immers ook zelf de verjaring kunnen stuiten door een simpel briefje te richten aan Verweerder.
4.6
Dit heeft tot gevolg dat de vordering wordt afgewezen.
4.7
Verzoeksters worden nu zij in het ongelijk zijn gesteld in de kosten van Verweerder veroordeeld.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
5.1
wijst het verzoek af;
5.2
veroordeelt Verzoeksters in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Verweerder worden begroot op Afl. 1.800,00 aan salaris van de gemachtigde;
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 22 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.