ECLI:NL:OGEAA:2016:107

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
27 januari 2016
Publicatiedatum
17 februari 2016
Zaaknummer
K.G. no. 2928 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.02 Credit Agreement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling en uitoefening hypotheekrecht op boorschip Cerrado toegewezen

In deze kortgedingprocedure vordert Deutsche Bank Trust Company Americas betaling van een geldvordering van meer dan 559 miljoen US dollar van AIROSARU DRILLING LLC, de geregistreerde eigenaar van het boorschip Cerrado. De vordering is gebaseerd op een Credit Agreement waarbij gedaagde meerdere betalingsverplichtingen niet is nagekomen, waardoor zij in verzuim is geraakt en de vordering opeisbaar is geworden.

Eiseres stelt een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering en het uitoefenen van haar hypotheekrecht op het schip, dat zich bevindt in de territoriale wateren van Aruba. Gedaagde heeft geen verweer gevoerd tijdens de zitting. De rechtbank oordeelt dat de vordering met grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure zal worden toegewezen en dat het spoedeisend belang voldoende is aangetoond.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, rente en bijkomende kosten conform de Credit Agreement en veroordeelt haar in de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het conservatoir beslag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van ruim 559 miljoen US dollar en bijkomende rente en kosten.

Uitspraak

Vonnis van 27 januari 2016
K.G. no. 2928 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
Vonnis in kort geding tussen:
de rechtspersoon
DEUTSCHE BANK TRUST COMPANY AMERICAS,
gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
domicilie kiezende te Aruba te kantore van na te melden gemachtigden,
gemachtigden: de advocaten mr. B. Huiskes en mr. M.R. Hammoud,
eiseres,
tegen
de vennootschap naar het recht van de staat Delaware (Verenigde Staten van Amerika)
AIROSARU DRILLING LLC,
domicilie kiezende te Aruba te kantore van na te melden gemachtigde,
gemachtigde: de advocaat mr. E. Pennings,
gedaagde.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de openbare terechtzitting van 21 januari 2016, waar partijen bij hun gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd.
Vonnis is bepaald op heden.

2.De vordering en het verweer

2.1
Eiseres voert het volgende aan. Gedaagde is de geregistreerde eigenaresse van het schip Cerrado, varend onder de vlag van de Republiek der Marshalleilanden. Gedaagde heeft ter financiering van een te bouwen boorschip uit hoofde van een overeenkomst (“Credit Agreement”) geld geleend van verschillende geldschieters, die worden vertegenwoordigd door Mizuho Corporate Bank Ltd. als “Administrative Agent”. Gedaagde en eiseres zijn partij bij een “Collateral Agency and Security Deposit Agreement”, op grond waarvan eiseres, tot zekerheid voor de voldoening van haar verplichtingen uit hoofde van de “Credit Agreement”, het eerste recht van hypotheek op het schip Cerrado houdt. Eiseres handelt op last van de geldschieters overeenkomstig genoemde overeenkomsten.
2.2
Gedaagde is meerdere betalingsverplichtingen uit de “Credit Agreement” niet nagekomen. Zij is overeenkomstig de contractuele voorwaarden “in default” geraakt. Thans zijn alle vorderingen uit hoofde van de “Credit Agreement” opeisbaar geworden en is eiseres bevoegd haar hypotheekrecht uit te oefenen. Zij stelt dat gedaagde de vordering erkent en overlegt daartoe als productie 9 een kopie van een ondertekend document getiteld “Airosaru Drilling, LLC’s Acknowledgement of Obligations Owing Under Credit Agreement”.
2.3
Eiseres stelt een spoedeisend belang bij haar geldvordering in kort geding (en, zoals ter zitting toegelicht, het in het kielzog daarvan uit te oefenen hypothecaire recht) te hebben. Voor het schip worden dagelijks aanzienlijke kosten gemaakt. Naarmate het schip langer stil ligt, zal het verder in waarde dalen.
2.4
Eiseres stelt dat de Arubaanse rechter bevoegd is, nu het schip zich bevindt in de territoriale wateren van Aruba. Eiseres geeft aan met verlof van de Arubaanse rechter het schip in conservatoir beslag te hebben genomen.
2.5
Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van US$ 559.498.446,03, zijnde de hoofdsom, te vermeerderen met rente, berekend tot en met 9 december 2015 op US$ 28.146.345,48, te vermeerderen met de rente en kosten zoals omschreven in artikel 3.02 van de “Credit Agreement”. Tevens vordert zij veroordeling van gedaagde in de beslagkosten en veroordeling van haar in de kosten van de procedure.
2.6
Namens gedaagde is ter zitting aangegeven dat geen verweer wordt gevoerd.

3.De beoordeling

3.1
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat op basis van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en zonder nadere bewijsvoering geoordeeld kan worden dat de bodemrechter deze met grote mate van waarschijnlijkheid zal toewijzen. Tevens dient voldoende aannemelijk te zijn dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij de vordering in kort geding.
3.2
Nu de stellingen van eiseres het gevorderde – voorshands geoordeeld - kunnen dragen en gedaagde in dit geding is verschenen doch geen verweer heeft gevoerd, is waarschijnlijk geworden dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Nu eiseres een aannemelijk spoedeisend belang heeft gesteld en daartegen evenmin verweer is gevoerd, ligt ook daarin geen belemmering de vordering toe te wijzen.
3.3
De vordering van eiseres zal derhalve worden toegewezen. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure zijdens eiseres, met uitzondering van de kosten voor het conservatoir beslag. Deze dienen te worden beoordeeld in de aangespannen bodemprocedure.

4.De beslissing

De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:
Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van US$ 559.498.446,03, te vermeerderen met rente, berekend tot en met 9 december 2015 op US$ 28.146.345,48 en te vermeerderen met de rente en kosten zoals omschreven in artikel 3.02 van de Credit Agreement.
Veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding aan de zijde van eiser tot op heden begroot op Afl. 7.500,-- aan griffierechten, nihil aan verschotten en Afl. 1.500,-- voor salaris gemachtigde.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 januari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.