ECLI:NL:OGEAA:2015:83

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 juni 2015
Publicatiedatum
15 juni 2015
Zaaknummer
A.R. 527 van 2012
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot overlegging verklaring van erfrecht in zaak scheiding en deling

In deze civiele zaak betreffende scheiding en deling zijn eisers en meerdere gedaagden betrokken, waarvan enkele niet zijn verschenen. De procedure werd geschorst vanwege het overlijden van een van de gedaagden. Het gerecht bepaalde dat de kinderen van de overledene moesten worden opgeroepen om het geding te hervatten, maar zij verschenen niet.

Om te kunnen beoordelen of de genoemde erfgenamen daadwerkelijk erfgenaam zijn, is het noodzakelijk dat eisers een verklaring van erfrecht van de overleden partijen overleggen. Indien niet alle erfgenamen uit deze verklaring blijken, dient ook een verklaring van erfrecht van de overleden gedaagde te worden overgelegd.

Het gerecht verwijst de zaak naar een latere rolzitting voor de overlegging van deze verklaringen en houdt iedere verdere beslissing aan totdat deze stukken zijn ingediend.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar een latere rolzitting voor overlegging van verklaring(en) van erfrecht en verdere beslissing is aangehouden.

Uitspraak

Beschikking van 10 juni 2015
Behorend bij A.R. 527 van 2012
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:

1.[eiser],

2.
[eiseres],
eisers,
gemachtigde: E.M.J. Cafarzuza,
tegen:

1.[gedaagde sub 1],

2
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
4.
[gedaagde sub 4],
5.
[gedaagde sub 5],
gedaagden,
gedaagden sub 1, 3 en 5 zijn niet verschenen.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot en met 23 oktober 2013 blijkt uit het tussenvonnis van die datum.
1.2
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.DE BEOORDELING

2.1
Het geding is in verband met het overlijden van gedaagde sub 5 bij voornoemd tussenvonnis geschorst. Bij dit tussenvonnis werd, na opgave belanghebbenden door eisers, voorts bepaald dat twee kinderen van wijlen gedaagde sub 5, te weten [de dochter] en [de zoon], dienden te worden opgeroepen door de deurwaarder voor de rolzitting van 19 februari 2014 teneinde in de gelegenheid gesteld te worden het geding te hervatten.
2.2 [
[de dochter] en [de zoon] zijn na oproeping niet verschenen ter rolle van 19 februari 2014, waarna de rolrechter akte niet dienen heeft verleend en de zaak weer voor vonnis is komen te staan.
2.3
Ten einde vast te kunnen stellen of één of meer van de door eisers genoemde erfgenamen van wijlen [erflater] en van wijlen gedaagde sub 5 wel of geen erfgenaam zijn dient het gerecht, alvorens de zaak verder te kunnen beoordelen, (alsnog) te beschikken over een verklaring van erfrecht van wijlen [erflater], die door eisers dient te worden overgelegd. Uit deze verklaring van erfrecht dient tevens te blijken wie de wettige erfgenamen van wijlen gedaagde sub 5 zijn. Indien dit laatste niet mogelijk is, dienen eisers tevens (alsnog) een verklaring van erfrecht van wijlen gedaagde sub 5 in het geding te brengen, om vast te kunnen stellen of alle wettige erfgenamen van wijlen gedaagde sub 5 zijn opgeroepen. De zaak zal daarvoor naar de hierna te bepalen rol worden verwezen.
2.4
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

Het gerecht:
verwijst de zaak naar de rol van 19 augustus 2015 voor overlegging verklaring(en) van erfrecht zijdens eisers;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.