ECLI:NL:OGEAA:2015:591
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs en fysieke onmogelijkheid van verkrachting minderjarige
De zaak betrof een verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en ontucht met een minderjarige op of omstreeks 15 april 2013 in Aruba. De moeder van het slachtoffer deed aangifte, waarbij zij verklaarde dat verdachte haar dochter had vastgehouden, bedreigd en seksueel misbruikt. De minderjarige deed een soortgelijke verklaring, maar met belangrijke inconsistenties, zoals het gebruik van een condoom versus een penachtig voorwerp.
Tijdens de zittingen op 19 februari en 25 juni 2015 werd vastgesteld dat verdachte recentelijk aan zijn hand was geopereerd en arbeidsongeschikt was, wat door medische verklaring werd bevestigd. Hierdoor kon verdachte fysiek niet de handelingen verrichten zoals beschreven in de tenlastelegging.
Getuigenverklaringen bevestigden dat verdachte op de bewuste dag aanwezig was op zijn woning en werkplaats, maar er was geen overtuigend bewijs dat hij betrokken was bij de strafbare feiten. Het gerecht oordeelde dat de inconsistenties en het medische bewijs onvoldoende waren om de schuld van verdachte te bewijzen.
Daarom sprak het gerecht verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en fysieke onmogelijkheid de tenlastegelegde feiten te plegen.