ECLI:NL:OGEAA:2015:508

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
EJ. nr. 1348 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling vader tot betaling kinderalimentatie voor twee minderjarigen

De Voogdijraad heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot het veroordelen van de vader tot het betalen van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De procedure omvatte een mondelinge behandeling waarbij de vader, ondanks behoorlijke oproeping, niet is verschenen.

De minderjarigen zijn geboren in Nederland in 2004 en 2006 en door de vader erkend. De kosten van verzorging en opvoeding zijn vastgesteld op respectievelijk 918,74 en 873,33 gulden per maand. De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.

Het gerecht oordeelt dat ouders wettelijk verplicht zijn bij te dragen in de kosten van hun kinderen. Gezien het ontbreken van verweer en de vastgestelde kosten, wordt de vader veroordeeld tot betaling van een maandelijkse bijdrage van 400 gulden per kind, ingaande 1 augustus 2015. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van 400 gulden per kind per maand aan kinderalimentatie, ingaande 1 augustus 2015.

Uitspraak

0Beschikking van 17 november 2015
Behorend bij EJ. nr. 1348 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[de vader],
wonende in Aruba,
VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
de minderjarigen,
[de moeder], de moeder.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 22 juni 2015;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 6 oktober 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vertegenwoordiger van de Voogdijraad en de moeder in persoon. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE FEITEN

Uit de moeder is op [datum] 2004 in Nederland geboren [minderjarige 1] en op [datum] 2006 in Nederland geboren [minderjarige 2] (hierna: de minderjarigen). De minderjarigen zijn op 15 juli 2004 en 2 oktober 2006 door de vader erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot het betalen van een bijdrage van Afl. 400,- per kind per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, ingaande 1 juli 2015. Daartoe is gesteld dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ouders zijn wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen.
4.2
In het onderhavige geval is onweersproken gesteld dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige sub 1 Afl. 918,74 en van de minderjarige sub 2 Afl. 873,33 bedragen.
4.3
De man heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid zich te verweren.
4.4
Gelet op het vorenstaande en op het ontbreken van enig verweer, zal het gerecht het verzoek toewijzen en de man veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage van 400,- per kind ingaande 1 augustus 2015 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 augustus 2015, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling, aan de Voogdijraad te betalen een bedrag van Afl. 400,- per kind per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [datum] 2014 in Nederland en [minderjarige 2], geboren op [datum] 2006 in Nederland,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 17 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.