ECLI:NL:OGEAA:2015:500

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 november 2015
Publicatiedatum
19 november 2015
Zaaknummer
A.R. no. 1983 van 2012
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en waardering woning en inboedel

In deze zaak gaat het om de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen eiseres en gedaagde. Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben in een eerdere echtscheidingsprocedure de verdeling van het gemeenschappelijk bezit verzocht. Het gerecht gaat niet in op de discussie over de rechtsgeldigheid van het huwelijk, aangezien partijen altijd de intentie hadden gemeenschappelijk bezit te vormen.

De kern van het geschil betreft de waardering van de woning en de inboedel. Het gerecht bepaalt dat als peildatum de actuele waarde in onbewoonde staat zal gelden. Partijen krijgen de mogelijkheid elk een taxatierapport van een erkende makelaar-taxateur over te leggen, waarna het gerecht de waarde zal vaststellen. Indien een partij nalaat een rapport te overleggen, zal het gerecht zich baseren op het ingediende rapport.

Daarnaast mogen partijen aangeven uit welke bestanddelen de gemeenschappelijke inboedel bestaat en wat de waarde daarvan is. Het gerecht zal daarna een beslissing nemen over de verdeling. De zaak wordt verwezen naar de rol van 13 januari 2016 voor verdere akte-uitlatingen, en overige beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere akte-uitlatingen over taxatierapporten en inboedelwaardering.

Uitspraak

Vonnis van 11 november 2015
Behorend bij A.R. no. 1983 van 2012
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
E*,
EISERES,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
tegen:
G*,
wonende te Aruba,
GEDAAGDE,
gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R. ‘G Faarup.

1.DE VERDERE PROCEDURE

Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis 7 mei 2014. Sindsdien heeft op 22 september 2014 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarna hebben partijen akten uitlating producties genomen. Partijen hebben naar aanleiding van het tussenvonnis d.d. 19 augustus 2015 aangegeven geen behoefte te hebben aan een nieuwe comparitie. Het vonnis is bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Tijdens de comparitie van partijen d.d. 22 september 2014 hebben partijen getwist of het tussen hen gesloten huwelijk achteraf bezien wel rechtsgeldig was aangezien eiseres op het moment van huwelijkssluiting volgens gedaagde wellicht nog gehuwd was met een ander. Het gerecht passeert deze discussie. Partijen hebben zich in de echtscheidingsprocedure op het standpunt gesteld dat zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. In die procedure hebben zij gevraagd de verdeling te bevelen, hetgeen ook is geschied. Partijen hebben kennelijk altijd de bedoeling gehad gemeenschappelijk bezit te vormen. Mocht op enig moment in rechte komen vast te staan dat hun huwelijk achteraf bezien niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, dan nog is er conform hun bedoeling sprake geweest van gemeenschappelijke bezitsvorming, waarvan partijen verdeling kunnen vorderen.
2.2
Thans moet nog een beslissing worden genomen over de waardering van de woning en de inboedel. Als peildatum zal worden gehanteerd de actuele waarde in onbewoonde staat. Tenzij partijen het alsnog eens worden om gezamenlijk één taxateur aan te wijzen, zullen zij bij akte ieder een eigen rapport mogen overleggen van een erkende makelaar taxateur OG, waarna het gerecht de waarde op basis daarvan zal vaststellen. Indien een van de partijen nalatig is een taxatierapport over te leggen, zal het gerecht zich in beginsel baseren op het wel ingediende rapport.
2.3
Tevens mogen partijen bij akte aangeven uit welke bestanddelen de gemeenschappelijke inboedel bestaat en wat de waarde daarvan is. Het gerecht zal vervolgens de knoop doorhakken.
2.4
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, recht doende:
Verwijst de zaak naar de rol van 13 januari 2016 voor akte uitlating partijen, bedoeld in de overwegingen 2.2 en 2.3.
houdt iedere andere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.