Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.DE BEOORDELING
de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is gewijzigd.”. Die bevrijdende stelling van CEI heeft X gemotiveerd bestreden, en zij heeft de echtheid van de bij haar naam geplaatste handtekening op de door CEI overgelegde nadere overeenkomst eveneens gemotiveerd bestreden. Niet staat daarom vast dat partijen bedoelde nadere overeenkomst hebben gesloten, en het Gerecht ziet evenmin voldoende grond om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen. Dit klemt temeer omdat de enkele door CEI overgelegde verklaring van Z onvoldoende betrouwbaar wordt geoordeeld. Die Z staat immers in loondienst van CEI, waardoor niet gezegd kan worden dat zij geen enkel belang heeft bij de inhoud van haar (voor CEI gunstige) verklaring.