ECLI:NL:OGEAA:2015:373

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 september 2015
Publicatiedatum
5 oktober 2015
Zaaknummer
EJ. nr. 518 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning van buitenlandse notariële akte voogdij minderjarige

De moeder van een minderjarige heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot erkenning van een notariële akte uit de Dominicaanse Republiek, waarin de vader de voorlopige voogdij aan de moeder toekent.

De minderjarige is in 2002 geboren en erkend door de vader. De minderjarige verblijft sinds 2010 in Aruba zonder verblijfstitel. De vader was niet verschenen bij de mondelinge behandeling.

Het gerecht oordeelt dat op grond van artikel 1:26 BW Pro een verklaring voor recht kan worden gegeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte door een bevoegde instantie is opgemaakt en vatbaar is voor opname in het burgerlijk register. De overgelegde akte is echter niet vatbaar voor opname in het register, omdat deze geen informatie over voogdij bevat in het register kan worden opgenomen.

Daarom wijst het gerecht het verzoek af.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning van de buitenlandse notariële akte betreffende voorlopige voogdij wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 29 september 2015
Behorend bij EJ. nr. 518 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op verzoek van:
[moeder],
wonende in Aruba, [adres],
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[minderjarige], de minderjarige,
wonende in Aruba,
[vader],
wonende in de Dominicaanse Republiek.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 mei 2015;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 18 augustus 2015, waaruit blijkt dat verzoekster in persoon is verschenen. De vader, is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is terstond gedaan.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder is op [datum] 2002 in de Dominicaanse Republiek geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is erkend door [vader] (hierna: vader).
2.2
De moeder was van [datum] 1994 tot [datum] 2011 gehuwd met [de man].
2.3
Er heeft geen ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap ten aanzien van de minderjarige plaatsgevonden zijdens [vader].
2.4
Op 27 september 2014 heeft [vader] ten overstaan van de notaris [notaris] in de Dominicaanse Republiek bij notariële akte verklaard dat hij de voorlopige voogdij (guarda provisional) over de minderjarige aan de moeder toekent.
2.5
De minderjarige verblijft sinds 4 december 2010 in Aruba. De minderjarige heeft geen verblijfstitel.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot erkenning van voornoemde notariële akte d.d. 27 september 2014.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
De overgelegde akte is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent “voogdij of gezag” ten aanzien van minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mw. mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 29 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.