Uitspraak
Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap, Dienst uitvoering onderwijs,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De Staat der Nederlanden vordert betaling van een achterstallige studiefinancieringsschuld van gedaagde, inclusief incassokosten en wettelijke rente. Gedaagde erkent de hoofdsom maar betwist de hoogte van de aflossingstermijnen en incassokosten vanwege haar draagkracht en andere schulden.
Het gerecht oordeelt dat de wet studiefinanciering onderscheid maakt tussen reguliere aflossingstermijnen, waarbij draagkrachtcorrectie geldt, en achterstallige termijnen, waarvoor geen draagkrachtcorrectie geldt. De financiële situatie van gedaagde is daarom niet relevant voor de terugvordering van achterstallige bedragen.
De incassokosten worden gegrond verklaard op basis van de wet en de overgelegde aanmaningen. Het gerecht veroordeelt gedaagde tot betaling van de volledige gevorderde som, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de studiefinancieringsschuld, incassokosten en wettelijke rente, en in de proceskosten.