Uitspraak
1.Gedaagde 1,
Gedaagde 2,
DE PROCEDURE
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Aruba Bank heeft een vordering ingesteld tegen twee gedaagden wegens niet-betaalde schulden uit hoofde van een geldleningsovereenkomst en een rekeningcourant. Gedaagden erkenden slechts een deel van het gevorderde bedrag verschuldigd te zijn. Het gerecht oordeelde dat Aruba Bank een opeisbare vordering heeft en dat gedaagden het volledige gevorderde bedrag verschuldigd zijn. De uitleg van Aruba Bank over de samenstelling van de vordering werd door gedaagden onvoldoende bestreden.
Het gerecht wees het verweer van gedaagden dat Aruba Bank niet-ontvankelijk zou zijn af. De wettelijke rente over de hoofdsom werd toegewezen vanaf 1 november 2013 tot volledige voldoening. Kosten van de procedure werden aan gedaagden opgelegd, inclusief verschotten en salaris advocaat. Het gerecht stelde vast dat Aruba Bank in redelijkheid tot beslaglegging mocht overgaan en de rechtsvordering mocht instellen.
Het vonnis veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van Afl. 7.529,45 plus rente en kosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van Afl. 7.529,45 met wettelijke rente en proceskosten.