ECLI:NL:OGEAA:2015:267

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 september 2015
Publicatiedatum
7 september 2015
Zaaknummer
K.G. 1642/2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:30 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostencompensatie bij intrekking vordering in kort geding tegen Aruba Bank

Eiseres heeft een kort geding aangespannen tegen Aruba Bank N.V. met een vordering die zij uiteindelijk heeft ingetrokken. Tijdens de procedure zijn partijen in gesprek gegaan om tot een minnelijke regeling te komen, maar zij bereikten geen overeenstemming. Eiseres besloot daarop niet bij haar vordering te blijven en vroeg de rechter om een beslissing over de proceskosten.

Gedaagde stelde dat eiseres in de kosten moest worden veroordeeld omdat zij de zaak introk en gedaagde kosten had gemaakt. Eiseres vond dat de kosten gecompenseerd moesten worden. De rechter oordeelde dat compensatie passend was, mede omdat gedaagde door haar aanvankelijke standpunt over de contractuele relatie met eiseres de procedure mede heeft veroorzaakt.

De rechter verwees naar artikel 6:30 lid 1 BW Pro, dat nakoming door een ander dan de schuldenaar mogelijk maakt, en concludeerde dat gedaagde haar aanvankelijke standpunt te kort door de bocht had genomen. Uiteindelijk compenseerde de rechter de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt en wees het meer of anders gevorderde af.

Uitkomst: De rechter compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt na intrekking van de vordering.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 2 september 2015
Behorend bij K.G. 1642/2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:

E*,

wonende te Aruba,
eiseres,
gemachtigde: advocaat mr. E. Duijneveld,
tegen:
de naamloze vennootschap
ARUBA BANK N.V.,
gevestigd te Aruba,
gedaagde,
gemachtigde: advocaat mr W.G.T.M. Kloes.,

DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, ingediend op 28 juli 2015;
  • de mondelinge behandeling op 14 augustus 2015, waar de overgelegde pleitnotities zijn uitgesproken.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

DE BEOORDELING

1. Naar aanleiding van de behandeling van het kort geding zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan voor een minnelijke regeling. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen. Eiseres heeft echter laten weten bij nader inzien niet bij haar vordering te blijven. Partijen vragen een beslissing over de proceskosten.
2. Gedaagde vindt dat eiseres in de kosten moet worden veroordeeld nu eiseres de zaak intrekt en gedaagde kosten heeft gemaakt. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de kosten dienen te worden gecompenseerd.
3. De kort gedingrechter zal de proceskosten compenseren en overweegt daartoe als volgt. Op zichzelf genomen, kan een verbintenis door een ander dan de schuldenaar worden nagekomen (artikel 6:30, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; Op de omstandigheid van het tweede lid heeft gedaagde geen beroep gedaan). Gedaagde heeft dus met haar aanvankelijke standpunt dat zij ‘niet met een buitencontractuele partij kan dealen’ te kort door de bocht gestuurd. Pas door deze procedure is zij met eiseres om de tafel gaan zitten om te bezien of een contractuele relatie met haar aangegaan kon worden. Eiseres heeft daarvan uiteindelijk dus afgezien, maar het primaire standpunt van gedaagde c.q. haar houding ten opzichte van eiseres is van invloed geweest op haar keuze te procederen.

DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
Compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting 2 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.