Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
E*,
DE PROCEDURE
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 28 juli 2015;
- de mondelinge behandeling op 14 augustus 2015, waar de overgelegde pleitnotities zijn uitgesproken.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiseres heeft een kort geding aangespannen tegen Aruba Bank N.V. met een vordering die zij uiteindelijk heeft ingetrokken. Tijdens de procedure zijn partijen in gesprek gegaan om tot een minnelijke regeling te komen, maar zij bereikten geen overeenstemming. Eiseres besloot daarop niet bij haar vordering te blijven en vroeg de rechter om een beslissing over de proceskosten.
Gedaagde stelde dat eiseres in de kosten moest worden veroordeeld omdat zij de zaak introk en gedaagde kosten had gemaakt. Eiseres vond dat de kosten gecompenseerd moesten worden. De rechter oordeelde dat compensatie passend was, mede omdat gedaagde door haar aanvankelijke standpunt over de contractuele relatie met eiseres de procedure mede heeft veroorzaakt.
De rechter verwees naar artikel 6:30 lid 1 BW Pro, dat nakoming door een ander dan de schuldenaar mogelijk maakt, en concludeerde dat gedaagde haar aanvankelijke standpunt te kort door de bocht had genomen. Uiteindelijk compenseerde de rechter de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De rechter compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt na intrekking van de vordering.