Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.DE VERDERE BEOORDELING
€” telkens is vervangen door: “Afl.”).
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, vordert betaling van een openstaande schuld van B, inclusief hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten. B erkent de hoofdsom verschuldigd te zijn, maar betwist de hoogte van de incassokosten en verzoekt om matiging.
Tijdens de comparitie van partijen heeft het gerecht de standpunten van beide partijen gehoord. De Staat baseert haar vordering op de openstaande schuld en de gemaakte incassokosten, terwijl B de buitengerechtelijke kosten als disproportioneel hoog bestempelt.
Het gerecht oordeelt dat de Staat gerechtigd is de incassokosten te maken gezien het uitblijven van betaling door B, maar dat de hoogte van de gevorderde incassokosten niet redelijk is. Gezien de incassowerkzaamheden in Aruba zijn verricht, waar de kosten lager zijn dan in Nederland, wordt het bedrag gematigd tot 15% van de hoofdsom.
B wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, de tot 21 november 2014 verschenen rente, de wettelijke rente vanaf 24 november 2014 tot volledige betaling, en de gematigde incassokosten. Tevens wordt B veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: B wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en gematigde buitengerechtelijke incassokosten, en in de proceskosten.