Uitspraak
Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap, Dienst uitvoering onderwijs,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, vordert betaling van een achterstallige studieschuld van gedaagde, inclusief incassokosten en rente. Gedaagde betwist de hoogte van de vordering en de verschuldigdheid van incassokosten en rente.
Eiseres heeft nadere toelichting gegeven over de vorderingen en de verwerking van betalingen, waarbij zij stelt dat gedaagde aanzienlijke achterstanden heeft opgebouwd en onvoldoende overzicht heeft gehouden. Het gerecht volgt eiseres in dit standpunt en acht de incassokosten en rente aannemelijk op grond van de wet studiefinanciering en de Algemene wet bestuursrecht.
Het gerecht wijst de vordering toe tot een bedrag van € 23.726,61, vermeerderd met wettelijke rente over specifieke bedragen en verminderd met betalingen vanaf september 2014. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 23.726,61 met rente en incassokosten, verminderd met reeds gedane betalingen, en in de proceskosten.