Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
Verder zijn A c.s. toegelaten om, overeenkomstig hun aanbod te bewijzen, dat A c.s. over de financiering van het in punt 6 sub a van de brief van 17 mei 1994 van US$ 50.000, beschikten en dat de benodigde additionele financiering van de totale investering, nodig voor een succesvolle voltooiing van het project, beschikbaar zou zijn geweest.
daarover ook niet bevraagd. Er moet dan ook van worden uitgegaan, dat de getuigen een ‘gewoon’ “condominium” voor ogen hebben gehad, niet een appartementsrecht waaraan de verplichting tot inbreng in een “rentalpool” zou zijn verbonden. Met name getuige [X] heeft het onomwonden over “woonappartementen” en “woondoeleinden”, zonder enige restrictie voor de boogde eigenaar. De situatie in 2006 in het (andere) Ritz-hotel waarnaar A c.s. verwijzen acht het gerecht – wat daarvan verder ook zij – in dit verband niet relevant voor de stand van zaken in 1994 of kort daarna.