ECLI:NL:OGEAA:2015:198

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
18 augustus 2015
Publicatiedatum
21 augustus 2015
Zaaknummer
EJ. nr. 3186 van 2014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging en wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag over minderjarigen

De vader heeft een verzoek ingediend tot bekrachtiging van buitenlandse uitspraken die hem het gezag over drie minderjarigen toekennen en tot wijziging van het ouderlijk gezag. De minderjarigen zijn geboren in Haïti en wonen sinds 2012 bij de vader in Aruba. De moeder van minderjarige sub 1 en 3 is moeder X, de moeder van minderjarige sub 2 is moeder Y.

De rechtbank stelt vast dat de buitenlandse uitspraken niet vatbaar zijn voor opname in het gezagsregister omdat dit register geen gezagsinformatie bevat. Daarom wordt het primaire verzoek afgewezen. Het subsidiaire verzoek om de vader alleen met het gezag te belasten wordt eveneens afgewezen omdat er geen ernstige communicatieproblemen tussen de ouders zijn gebleken die dit rechtvaardigen.

De rechtbank besluit dat het belang van de kinderen het beste gediend is met gezamenlijk gezag van de vader en respectievelijk moeder X en moeder Y. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister en is uitvoerbaar bij voorraad. De moeders waren opgeroepen maar verschenen niet, de vader was wel aanwezig met zijn gemachtigde.

Uitkomst: De vader wordt gezamenlijk met de moeders belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

Uitspraak

Beschikking van 18 augustus 2015
Behorend bij EJ. nr. 3186 van 2014
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op verzoek van:
Vader,
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna: de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. C.R. Foy.
Belanghebbenden:

1. Minderjarige sub 1,

2. Minderjarige sub 2,

3. Minderjarige sub 3,

de minderjarigen,
Moeder X, de moeder van de minderjarigen sub 1 en 3,
Moeder Y, de moeder van de minderjarige sub 2.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, ingediend op 23 december 2014;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 26 mei 2015, waaruit blijkt dat verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens de Voogdijraad is aanwezig mevrouw S.M. Maduro. De moeders van de minderjarigen zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is terstond gedaan.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de relatie tussen verzoeker (hierna: de vader) en moeder X (hierna: de moeder sub 1) is op [datum] 1998 in Haïti geboren minderjarige sub 1 en op [datum] 2000 in Haïti geboren minderjarige sub 3 (hierna: de minderjarigen sub 1 en 3). De moeder heeft van rechtswege het gezag over de minderjarigen.
2.2
Uit de relatie tussen de vader en Moeder Y (hierna: de moeder sub 2) is op [datum] 1998 in Haïti geboren minderjarige sub 2 (hierna: de minderjarigen sub 2). De moeder heeft van rechtswege het gezag over de minderjarige.
2.3
De vader heeft de minderjarigen erkend. De minderjarigen wonen sinds 2012 bij de vader in Aruba.
2.4
De vader heeft twee uitspraken overgelegd van “Tribunal de Premiere Instance de Port-au-Prince” d.d. 22 september 2011, waarin - kort gezegd - het gezag over de minderjarigen sub 1, 2 en 3 wordt toegekend aan de vader.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt primair tot - naar de rechter begrijpt - afgifte van een verklaring zoals bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek terzake de uitspraken d.d. 22 september 2011. Subsidiair strekt het verzoek ertoe om de vader alleen met ouderlijk gezag over de minderjarigen te belasten, althans om de vader gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te belasten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde uitspraken d.d. 22 september 2011 zijn naar hun aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent “gezag” ten aanzien van minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.
4.3
Wat het subsidiair verzoek betreft is het gerecht van oordeel dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat alleen één van de ouders met het gezag wordt belast, zoals met name (dus niet alleen) indien de (communicatie)problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten valt dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Van dusdanige ernstige communicatieproblemen tussen verzoeker en de moeders of onbereikbaarheid van de moeders is het gerecht niet gebleken. Nu voor het overige ook niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht beide ouders belasten met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt dat de vader voortaan gezamenlijk met de moeder X zal zijn belast met het gezag over minderjarige sub 1, geboren op [datum] 1998 in Haïti en minderjarige sub 3, geboren op [datum] 2000 in Haïti,
bepaalt dat de vader voortaan gezamenlijk met de moeder Y zal zijn belast met het gezag over minderjarige sub 2, geboren op [datum] 1998 in Haïti,
bepaalt dat de griffier deze beslissing aantekent in het gezagsregister;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 18 augustus 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.