Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2015:101

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 juni 2015
Publicatiedatum
22 juni 2015
Zaaknummer
E.J. nr. 215 van 2014
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1613ij lid 2 BWArt. 1615f t/m 1615m BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering werknemer tegen publiekrechtelijk lichaam Serlimar wegens niet-toepassing arbeidsrechtelijke bepalingen

A heeft een procedure gestart tegen het publiekrechtelijk lichaam Serlimar vanwege een arbeidsrechtelijk geschil. Serlimar stelde dat de bepalingen uit boek 7A van het burgerlijk wetboek niet van toepassing zijn op haar omdat zij een publiekrechtelijk lichaam is belast met een overheidstaak. A voerde aan dat de overheid niet betrokken was bij de arbeidsovereenkomst en dat hij onterecht niet gehoord was bij zijn ontslag.

De rechter oordeelde dat Serlimar niet als private rechtspersoon kan worden beschouwd en dat de artikelen uit boek 7A BW daarom niet van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen. Tevens concludeerde de rechter dat A onvoldoende feiten had aangevoerd om onrechtmatige daad of wanprestatie aan te tonen. Het enkele feit dat A niet gehoord zou zijn, is onvoldoende om Serlimar te verwijten.

De vordering van A wordt daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op het salaris van zijn gemachtigde. De beschikking is uitgesproken op 16 juni 2015 door rechter H. Mol.

Uitkomst: De vordering van A wordt afgewezen omdat de bepalingen uit boek 7A BW niet van toepassing zijn op Serlimar als publiekrechtelijk lichaam.

Uitspraak

Beschikking van 16 juni 2015
Behorend bij E.J. nr. 215 van 2014.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
A,
wonende te Aruba,
VERZOEKER,
hierna ook te noemen: A,
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,
tegen:
het publiekrechterlijk lichaam SERLIMAR sui generis,
gevestigd te Aruba,
VERWEERSTER,
hierna ook te noemen: Serlimar,
gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Dit verloop na de beschikking van 11 november 2014 blijkt uit:
- het faxbericht houdende producties van 1 december 2014 van de zijde van A;
- de aantekeningen van de behandeling ter zitting op 3 februari 2015, op welke zitting partijen zijn verschenen met hun gemachtigden en hun standpunten hebben bepleit en waar zij op elkaars stellingen hebben gereageerd;
De beschikking is nader bepaald op heden.

2.HET VERZOEK EN DE VERDERE BEOORDELING DAARVAN

2.1
Serlimar heeft aangevoerd dat de stellingen van A een wettelijke grondslag ontberen. Artikel 7A: 1613ij lid 2 burgerlijk wetboek zet de bepalingen uit 7A van het burgerlijk wetboek buiten toepassing voor personen in dienst van de overheid. Serlimar is overheid want het is belast met een overheidstaak. Serlimar heeft er op gewezen dat zij een publiekrechtelijk lichaam is, en dat A dat als zodanig ook erkend heeft gezien zijn verzoekschrift. Het contract tussen Serlimar en A is ook duidelijk daarover, aldus Serlimar. Serlimar heeft erkend dat de artikelen 1615f t/m 1615m burgerlijk wetboek van toepassing zijn. Serlimar heeft tenslotte verwezen naar jurisprudentie.
2.2
A heeft aangevoerd dat nergens uit blijkt dat de Minister of de overheid betrokken is bij de arbeidsovereenkomst tussen A en Serlimar. A heeft verder nog aangevoerd dat hij ten onrechte niet is gehoord door Serlimar op het ontslag. Daarmee heeft Serlimar de regels overtreden van de LMA.
Ook A heeft verwezen naar jurisprudentie.
2.3
Geoordeeld wordt dat het verweer van Serlimar slaagt. Op de overeenkomst tussen A en Serlimar zijn de artikelen uit boek 7A van het burgerlijk wetboek niet van toepassing. Partijen dit zo overeengekomen en gelet op de taak van Serlimar kan Serlimar niet gezien worden als een private rechtspersoon.
De vordering van A is gegrond op de artikelen uit boek 7A van het burgerlijk wetboek en kunnen dus om die reden niet worden toegewezen.
Voor zover A een beroep heeft bedoeld te doen op onrechtmatige daad dan wel wanprestatie heeft A daartoe, gelet op het gemotiveerde verweer van Serlimar, onvoldoende feiten aangevoerd. Het enkele feit dat A niet gehoord zou zijn of is, maakt nog niet dat er sprake is van onrechtmatige daad of wanprestatie aan de zijde van Serlimar.
Het feit dat de artikelen 1615f t/m 1615m van het burgerlijk wetboek van toepassing zijn maakt dit oordeel, gelet op hetgeen in die artikelen wordt bepaald, niet anders.
2.4
Hetgeen A heeft verzocht moet derhalve worden afgewezen.
2.5
Als de meest in het ongelijk te stellen partij moet A in de kosten van de procedure worden veroordeeld gevallen aan de zijde van Serlimar en te begroten op het salaris van de gemachtigde ( drie procespunten in tariefgroep vijf).

3.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, rechtdoende:
3.1
wijst het verzochte af;
3.2
bepaalt dat A de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van het Serlimar en te begroten op een bedrag van Afl. 2.700,- zijnde het salaris van de gemachtigde, moet voldoen.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.