Uitspraak
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
principe-regelingdie door partijen is overeengekomen, dus niet van een beslissing van de rechter. [gedaagden] hebben blijkens de tekst van het proces-verbaal ten aanzien van de overeenkomst een voorbehoud gemaakt en hebben verklaard dat zij de regeling eerst met hun advocaat wilden bespreken. Hierdoor staat vast dat [gedaagden] zich ter comparitie niet aan de regeling hebben gebonden. [eisers] hebben ook niet toegelicht dat [gedaagden] op andere wijze ermee hebben ingestemd dat de muur zou mogen blijven staan. Het gerecht verwerpt daarom hun beroep op het bestaan van een overeenkomst of beslissing met de door hen gestelde strekking.