ECLI:NL:OGEAA:2012:BV3059
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bevestiging verkrijging Nederlanderschap wegens verblijfsgat in Aruba
Appellante, van Indiase nationaliteit en sinds 1994 in Aruba woonachtig, verzocht om bevestiging van haar Nederlanderschap op grond van artikel 6, eerste lid onder e van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Verweerder weigerde deze bevestiging omdat uit onderzoek bleek dat appellante tussen 31 maart 2001 en 23 oktober 2002 geen rechtmatig verblijf had, een zogenaamd verblijfsgat.
Appellante voerde aan dat zij weliswaar een verblijfsgat had, maar dit haar niet kon worden tegengeworpen omdat zij minderjarig was toen dit verblijfsgat ontstond. Tevens stelde zij dat verweerder het begrip 'toelating' te eng interpreteerde.
Het gerecht oordeelde dat de Gouverneur als bevoegde autoriteit geen beleidsvrijheid heeft bij de beoordeling van de optieverklaring en dat verblijfsgaten reden zijn voor weigering van bevestiging. Uit de verblijfsdocumenten bleek een onderbreking in het rechtmatige verblijf, waardoor verweerder terecht de bevestiging van het Nederlanderschap weigerde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd gezien het resultaat van het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bevestiging van het Nederlanderschap werd ongegrond verklaard wegens een verblijfsgat.