Klaagster, werkzaam bij de Directie Financiën als 1ste medewerker begrotingszaken en financieel-economische planning, verzocht om verhoging van haar schaarstetoelage van 20% naar 25%, ingaande 1 januari 2024. Deze verhoging werd geweigerd door de minister van Financiën en Cultuur, omdat haar functie maximaal gewaardeerd is op schaal 12 en niet valt onder de groep kaderpersoneel waarvoor het maximumpercentage is verhoogd naar 25%.
Klaagster stelde dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van collega’s die wel de hogere toeslag ontvingen en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Het gerecht oordeelde dat het verschil in toeslag gerechtvaardigd is door het verschil in functiewaardering en opleidingsniveau, waarbij het hogere percentage is voorbehouden aan functies op WO-niveau en schalen 13 en 14.
Het verzoek om de verhoging ook met terugwerkende kracht mee te laten tellen voor pensioenopbouw werd niet ontvankelijk verklaard omdat dit buiten het bestreden besluit viel. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.