De ambtenaar, werkzaam bij de Instituto Pedagogico Arubano, was vanaf 13 februari 2012 langdurig arbeidsongeschikt. Vanaf mei 2020 werd zijn bezoldiging door de minister verlaagd naar 80% van het volle inkomen vanwege ziekte, met terugvordering van teveel ontvangen bedragen.
De ambtenaar hervatte zijn werkzaamheden volledig per 2 maart 2019, maar de minister handhaafde de verlaging en voerde de terugvordering nog niet uit. De ambtenaar verzocht de inhoudingen stop te zetten en het teveel ingehouden bedrag terug te betalen, waarop de minister niet tijdig besliste, waarna bezwaar werd ingediend.
Het gerecht oordeelt dat de verlaging vanaf mei 2020 onrechtmatig is omdat de ambtenaar vanaf 2 maart 2019 geen vrijstelling van dienst wegens ziekte meer had en dus aanspraak maakt op zijn volle inkomen. De minister heeft nagelaten de bezoldiging correct aan te passen en de ambtenaar niet herkeurd. Het bezwaar wordt gegrond verklaard, de verlaging vernietigd en de minister veroordeeld tot uitbetaling van de ingehouden bedragen en proceskosten.