Klaagster, senior adviseur bij het Bureau Secretariaatvoering SER/ROA/GOA, maakte bezwaar tegen het besluit van de Regering van Curaçao waarin haar bezoldiging vanaf 15 juni 2016 werd vastgesteld op schaal 15, trede 2. Zij betoogde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de herinschaling met terugwerkende kracht tot 10 oktober 2010 had moeten plaatsvinden met een hogere trede.
Het Gerecht oordeelde dat het bestreden besluit niet kenbaar en deugdelijk was gemotiveerd. De Regering had niet toegelicht waarom de ingangsdatum 15 juni 2016 was gekozen en waarom de inschaling in trede 2 was vastgesteld. Ook was onduidelijk of de door klaagster aangevoerde documenten een rol hadden gespeeld in de besluitvorming.
De Regering erkende ter zitting dat het besluit onhoudbaar was en verzocht om vernietiging. Het Gerecht vernietigde het besluit en droeg de Regering op binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen, waarbij de ingangsdatum van herinschaling 10 oktober 2010 zou moeten zijn en de trede-ontwikkeling daarop aansluit.
Daarnaast werd de Regering veroordeeld tot betaling van proceskosten aan klaagster. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 maart 2026 door rechter N.M. Martinez.