Klaagster verzocht bij brief van 10 februari 2021 om bevordering met ingang van 1 januari 2011 en 1 januari 2014. Na uitblijven van een beslissing maakte zij op 4 oktober 2023 bezwaar bij het gerecht. Verweerder nam pas op 8 januari 2024 een beslissing, die pas tijdens de zitting van 22 januari 2024 werd getoond.
Het gerecht oordeelt dat verweerder in strijd met de goede procesorde heeft gehandeld door de beslissing pas laat te overleggen, ondanks de lange duur van de bezwaarprocedure. Klaagster had daardoor terecht belang bij een beoordeling van haar bezwaar en heeft onnodig kosten moeten maken.
Het gerecht verklaart het bezwaar gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten van Afl. 350,- aan klaagster, gebaseerd op een puntensysteem voor het indienen van het bezwaarschrift en het verschijnen ter zitting. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen binnen de gestelde termijn.