Klaagster heeft bij brief van 10 maart 2021 verzocht om bevordering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2011 en 1 januari 2014. Na herhaling van dit verzoek in november 2022 en het uitblijven van een beslissing, maakte zij op 4 oktober 2023 bezwaar bij het gerecht.
Verweerder heeft pas op 8 januari 2024 een beslissing genomen en deze twee weken voor de zitting van 22 januari 2024 kenbaar gemaakt. Het gerecht oordeelt dat dit in strijd is met de goede procesorde, aangezien verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de beslissing niet eerder kon worden genomen of overgelegd.
Het gerecht acht het bezwaar gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten van Afl. 350,- aan klaagster, omdat zij door het late besluit onnodig kosten heeft moeten maken. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen binnen de gestelde termijn.