Uitspraak
DE GOUVERNEUR VAN HET LAND SINT MAARTEN,
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft het bezwaar van een secretaris-generaal tegen zijn eervol ontslag per 1 januari 2023 door de Gouverneur van Sint Maarten, op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid volgens artikel 101, eerste lid, aanhef en onder f, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma).
De klager stelde dat hij niet onbekwaam was en dat het ontslag onterecht was, mede omdat hij geen formele waarschuwing had ontvangen en er geen reële herplaatsingspogingen waren gedaan. Verweerder voerde aan dat klager structureel tekort was geschoten in zijn functioneren, met name op communicatie, personeelsmanagement, en het nakomen van instructies.
Het gerecht oordeelde dat het bezwaar tegen het Land Sint Maarten niet-ontvankelijk was, maar ontvankelijk tegen de Gouverneur. Het oordeel was dat verweerder voldoende concrete gedragingen had aangetoond waaruit ongeschiktheid bleek. Klager had meerdere kansen gekregen om zijn functioneren te verbeteren, maar had onvoldoende resultaat geboekt. Ook was het niet onredelijk dat verweerder tot ontslag overging gezien de impact van het functioneren van de secretaris-generaal.
Het gerecht verwierp de bezwaren over vooringenomenheid, gebrek aan waarschuwing en herplaatsingsmogelijkheden. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het eervol ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het eervol ontslag wegens ongeschiktheid is ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.