Uitspraak
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[klager],
de Regering van het Land Curaçao,
Inleiding
Beoordeling door het Gerecht
Conclusie en gevolgen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De politieambtenaar is in 2004 in dienst getreden en werkzaam bij de Unit Speciale Taken. Hij werd buiten functie gesteld en kreeg een voorwaardelijk strafontslag voor de duur van een jaar opgelegd wegens plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit twee incidenten: op 30 september 2020 weigerde hij bij een veiligheidscontrole in de SDKK zijn schoenen uit te trekken en gebruikte hij grove taal tegen een medewerker; op 9 maart 2021 gedroeg hij zich telefonisch onbeschoft tegen een leidinggevende.
De ambtenaar voerde aan dat het disciplinaire onderzoek niet objectief was uitgevoerd, onder meer vanwege het tijdsverloop en het niet betrekken van camerabeelden. Het Gerecht oordeelde echter dat de verklaringen van meerdere getuigen, ondersteund door de ambtenaar zijn eigen gedeeltelijke erkenning, voldoende en deugdelijk bewijs vormden. De gedragingen overschreden de grenzen van het toelaatbare en voldeden aan de definitie van plichtsverzuim volgens het Rechtspositiebesluit.
Het Gerecht concludeerde dat het plichtsverzuim aan de ambtenaar kan worden toegerekend en dat de opgelegde disciplinaire straf niet onevenredig is, mede gezien de ernst en het aantal incidenten. De termijn van de voorwaardelijke straf gaat pas lopen zodra de ambtenaar weer in actieve dienst treedt. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het voorwaardelijk strafontslag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.