ECLI:NL:OGAACMB:2022:94
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbetaling vakantiegeld en rechttrekken rechtspositie politieambtenaar Sint Maarten
Een politieambtenaar diende een verzoek in tot uitbetaling van vakantie-uren over de jaren 2010 tot en met 2019 en het rechttrekken van zijn rechtspositie met periodieke verhogingen en automatische bevorderingen. Hij was sinds 2011 buiten functie gesteld en had gedurende deze periode geen werkzaamheden verricht. Het verzoek werd door de Minister van Justitie afgewezen omdat hij geen vakantie-uren had opgebouwd en geen wettelijke grondslag bestond voor automatische verhogingen zonder werkzaamheden.
Het gerecht oordeelde dat de Minister van Justitie het bevoegde gezag was om op het verzoek te beslissen en verklaarde het bezwaar ontvankelijk. De wettelijke bepalingen in het Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000 werden toegepast, waaruit volgt dat geen aanspraak bestaat op vakantie-uren als geen werkzaamheden zijn verricht. De ambtenaar had sinds 2020 zijn werkzaamheden hervat en kan alleen aanspraak maken op vakantie-uren vanaf dat moment.
Verder stelde het gerecht vast dat de ambtenaar geen verzoek tot beoordeling had ingediend en dat automatische periodieke verhogingen en bevorderingen zonder werkzaamheden en beoordelingen niet mogelijk zijn. Ook ontbrak het aan bewijs dat hij aan opleidingsvereisten voor bevordering voldeed. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van de politieambtenaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot uitbetaling van vakantie-uren en rechttrekken van rechtspositie wordt afgewezen.