Uitspraak
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
[Verzoeker],
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
PROCESVERLOOP
BESLISSING
wijsthet verzoek
af.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeker heeft tegen een landsbesluit van 28 september 2021, waarin hem primair ontslag werd opgelegd en subsidiair eervol ontslag werd verleend, bezwaar gemaakt. Verzoeker diende het bezwaarschrift echter pas op 15 november 2021 in, na het verstrijken van de wettelijke termijn van dertig dagen die op 8 november 2021 afliep.
Verzoeker stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de ernstige ziekte van de dochter van zijn gemachtigde, waardoor deze niet tijdig kon optreden. Het gerecht overwoog dat er andere gemachtigden binnen de vakbond TOPA waren die het bezwaar hadden kunnen indienen en dat er geen verklaring was waarom niet eerder een pro-forma bezwaar was ingediend.
Daarom werd de termijnoverschrijding niet als verschoonbaar beschouwd. Omdat er geen andere gronden waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, achtte het gerecht het bezwaar naar verwachting niet-ontvankelijk en zag het geen aanleiding voor een voorziening bij voorraad. Het verzoek werd afgewezen en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad wordt afgewezen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.