ECLI:NL:OGAACMB:2021:136

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
13 december 2021
Publicatiedatum
7 februari 2022
Zaaknummer
AUA202102545
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening ambtenarenrechtspraak
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen het uitblijven van beslissing op bevorderingsverzoek ambtenaar

Klaagster heeft bij verweerder een verzoek ingediend tot bevordering naar technisch ambtenaar schaal 8 per 1 februari 2016 en schaal 9 per 1 februari 2018. Nadat verweerder niet op dit verzoek heeft beslist, heeft klaagster het verzoek herhaald op 10 januari 2021. Toen ook daarop geen beslissing volgde, maakte klaagster op 12 juli 2021 bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing.

Het gerecht oordeelt dat het bezwaar tijdig is ingediend, omdat verweerder door het eerdere verzoek van 2019 en de herhaling in 2021 bekend was met het bevorderingsverzoek. Het uitblijven van een beslissing wordt gezien als een weigering om te beschikken, waartegen bezwaar mogelijk is om het bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.

Het gerecht verklaart het bezwaar gegrond en draagt verweerder op binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak schriftelijk te beslissen op het bevorderingsverzoek. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Afl. 350,- aan klaagster.

De uitspraak is gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 13 december 2021 en partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken binnen dertig dagen na uitspraak of toezending.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op het bevorderingsverzoek is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen drie maanden alsnog te beslissen.

Uitspraak

Uitspraak van 13 december 2021
Gaza nr. AUA202102545

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het bezwaar in de zin van
de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klaagster],

wonend te Aruba,
KLAAGSTER,
gemachtigde: mr. R.P. Lee,
tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. Y. Kaarsbaan (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij brief van 23 mei 2019 heeft klaagster verweerder verzocht om haar met ingang van 1 februari 2016 naar de rang van technisch ambtenaar (schaal 8) en met ingang van 1 februari 2018 naar de rang van technisch ambtenaar 1ste klasse (schaal 9) te bevorderen. Bij brief van 10 januari 2021 heeft klaagster dat verzoek herhaald.
Tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek heeft klaagster op 12 juli 2021 bezwaar gemaakt bij het gerecht.
De zaak is behandeld ter zitting van 22 november 2021. Klaagster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Nu verweerder geen beslissing heeft genomen op het op 10 januari 2021 ingediend verzoek van klaagster mocht zij, gelet op de aard van dat verzoek, ten tijde van het indienen van haar bezwaarschrift aannemen dat verweerder heeft geweigerd op haar verzoek te beslissen. Weliswaar is ten tijde van het indienen van het bezwaar nog geen jaar verstreken, maar dit doet er niet aan af dat verweerder bekend is met het feit dat klaagster in aanmerking wenst te komen voor een bevordering naar schaal 8 en 9. Klaagster had daartoe immers al op 23 mei 2019 een verzoek bij verweerder ingediend, dat zij nadien bij brief van 10 januari 2021 heeft gerappelleerd. Naar het oordeel van het gerecht is het bezwaarschrift tegen deze weigering dan ook tijdig ingediend.
2. Nu verweerder nog altijd niet inhoudelijk op klaagsters verzoek heeft beslist, is het bezwaar gegrond. Het gerecht verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 21 oktober 2009, ECLI:NL:ORBANAA:2009: BK9368, waaruit volgt dat de weigering te beschikken niet als een afwijzende beschikking, noch als een goedkeurende beschikking wordt gekwalificeerd. De mogelijkheid van het instellen van een rechtsmiddel tegen de weigering om te beschikken is dus een procedureel middel dat kan worden ingezet om het bestuursorgaan te bewegen tot besluitvorming. Verweerder zal derhalve alsnog een (reële) beslissing moeten nemen op het bevorderingsverzoek van klaagster. Het gerecht zal daartoe een termijn stellen van drie maanden na heden.
3. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar gegrond;
- draagt verweerder op om binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak schriftelijk op het bevorderingsverzoek van klaagster te beslissen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door klaagster voor dit geding gemaakte kosten aan rechtsbijstand, begroot op Afl. 350,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in ambtenarenzaken en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 13 december 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
  • Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
  • In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.