Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker]
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
wettelijk kader
BESLISSING
wijsthet verzoek
af.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeker, een politieambtenaar, is op 19 augustus 2021 in voorlopige hechtenis gesteld wegens verdenking van een misdrijf. Naar aanleiding hiervan is in september 2021 een derde van zijn salaris ingehouden. Verzoeker stelde dat hij onterecht financieel wordt benadeeld, aangezien hij onschuldig acht en vier minderjarige kinderen moet onderhouden. Hij verzocht het gerecht om een voorziening bij voorraad om het volledige salaris vanaf augustus 2021 door te betalen.
Het gerecht oordeelde dat verzoeker voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek, maar dat de wettelijke regeling in artikel 89 Lma Pro dwingend voorschrijft dat tijdens voorlopige hechtenis een derde van het inkomen wordt ingehouden. Deze bepaling laat geen ruimte voor individuele beoordeling van persoonlijke omstandigheden.
Daarom is het verzoek om een voorziening bij voorraad afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. Martijn op 29 november 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot het volledig doorbetalen van het salaris tijdens voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege dwingende wettelijke inhouding van een derde.