ECLI:NL:OGAACMB:2021:115

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
18 oktober 2021
Publicatiedatum
20 januari 2022
Zaaknummer
AUA202102508
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing overplaatsing ambtenaar naar Bureau Rampenbestrijding

Verzoekster, een ambtenaar, werd tijdelijk geplaatst bij het Bureau Rampenbestrijding als medewerker taskforce. Zij maakte bezwaar tegen deze kennelijke plaatsing en verzocht om schorsing van deze overplaatsing en een ordemaatregel.

Verweerder stelde dat de wijziging van de functie op de loonstrook een administratieve fout betrof en dat verzoekster niet zou worden opgeroepen om de werkzaamheden te verrichten, conform een ministeriële beschikking en eerdere uitspraak van het gerecht.

De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien deze onvoorwaardelijke toezegging geen sprake was van onevenredig nadeel dat een onverwijlde voorziening rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen.

Tegen deze uitspraak staat geen voorziening open.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de overplaatsing wordt afgewezen wegens het ontbreken van onevenredig nadeel.

Uitspraak

Uitspraak van 18 oktober 2021
Gaza nr. AUA202102508

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad als bedoeld in
artikel 94 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Verzoekster],

wonend te Aruba,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: de advocaat mr. C.F.K.J. Lejuez,
tegen:

DE MINISTER VAN TOERSIME, VOLKSGEZONDHEID EN SPORT en

DE DIRECTEUR DEPARTAMENTO RECURSO HUMANO,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER, hierna ook te noemen: de minister en de directeur DRH,
gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 5 juli 2021 (AUA202100409) is de beschikking van 18 januari 2021, waarbij de directeur DRH verzoekster heeft geïnstrueerd om tijdelijk als intaker bij het crisisteam werkzaam te zijn bij de Directie Volksgezondheid, vernietigd.
Op de loonstrook van juli 2021 van verzoekster staat vermeld dat zij zonder functie in de overtolligheidspool zit. Op de loonstrook van augustus 2021 staat vermeld dat verzoekster bij het Bureau Rampenbestrijding werkzaam is in de functie van medewerker taskforce.
Tegen haar kennelijke plaatsing bij het Bureau Rampenbestrijding heeft verzoekster op 31 augustus 2021 bezwaar gemaakt bij het gerecht.
Bij verzoekschrift van 31 augustus 2021 heeft zij verzocht de kennelijke plaatsing in een nieuwe functie, te schorsen. Tevens heeft zij een ordemaatregel verzocht.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 1 september 2021, alwaar zijn verschenen verzoeker in persoon, bijgestaan door haar advocaat, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.
Hierna is verweerder in de gelegenheid gesteld zich ter zitting van 13 september 2021 bij akte uit te laten, waarop verzoekster ter zitting van 20 september 2021 schriftelijk heeft gereageerd.
Hierna is uitspraak bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.
2.Ter beantwoording ligt voor de vraag of in deze ter voorkoming van onevenredig nadeel voor verzoekster, een onverwijlde voorziening wenselijk is, in die zin dat de beslissing van verweerder om verzoekster over te plaatsen naar het Bureau Rampenbestrijding in de functie van medewerker taskforce, moet worden geschorst.
3. Verweerder heeft ter zitting betoogd, dat de wijziging van de functie van klaagster, zoals blijkt uit haar loonstrook van augustus 2021, berust op een administratieve fout. Deze wijziging is doorgevoerd ter uitvoering van een ministeriële beschikking van de minister van Algemene zaken, Integriteit, Overheidszorg, Innovatie en Energie, van 1 juli 2021, waarbij verzoekster vanaf 24 januari 2021 tot en met 31 december 2021 tijdelijk is geplaatst bij het Bureau Rampenbestrijding. Nu dit besluit is genomen voor de uitspraak van dit gerecht van 5 juli 2021, zal verweerder conform die uitspraak handelen en verzoekster niet oproepen om de werkzaamheden bij het Bureau Rampenbestrijding te komen verrichten, aldus verweerder.
3. Gelet op deze onvoorwaardelijke toezegging van verweerder, dat verzoekster niet zal worden opgeroepen om de werkzaamheden in de functie van medewerker taskforce te verrichten omdat sprake is van een fout, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake is van onevenredig nadeel voor verzoekster dat noopt tot een onverwijlde voorziening.
4. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het verzoek zal worden afgewezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
-wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter zitting van maandag 18 oktober 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen voorziening open.