ECLI:NL:OGAACMB:2020:15

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
19 februari 2020
Publicatiedatum
4 mei 2020
Zaaknummer
AUA201901992
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 La
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij tenuitvoerlegging ambtenarenrechtelijke uitspraak

Klager had bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek tot bevordering en toekenning van waarnemerstoelage. Het gerecht had eerder het bezwaar gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen drie maanden schriftelijk te beschikken.

Verweerder heeft buiten de gestelde termijn alsnog een afwijzende beschikking genomen. Hierdoor is aan de uitspraak voldaan en ontbreekt het klager aan procesbelang om het bezwaar voort te zetten.

Het gerecht heeft het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard. Klager kan tegen de genomen beschikking opnieuw bezwaar maken bij het gerecht. Een proceskostenveroordeling is niet toegewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Uitspraak van 19 februari 2020
Gaza nr. AUA201901992

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het bezwaarschrift ex artikel 96 van Pro de
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[klager],

wonend te Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 18 februari 2019 (Gaza nr. AUA201802406) heeft het gerecht het bezwaar van klager, gericht tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek van 25 juli 2017 om hem met ingang van 25 juli 2014 te bevorderen en te plaatsen in de functie van Medewerker Hypotheekkantoren (schaal 10) en om hem over de periode van 8 februari 2007 tot en met 24 juli 2014 een waarnemerstoelage toe te kennen, gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen drie maanden na de uitspraak schriftelijk op het verzoek van klager te beschikken.
Klager heeft op 14 juni 2019 een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) ingediend.
Verweerder heeft op 18 december 2019 een contramemorie ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 januari 2020. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde en verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van Pro de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven.
Ingevolge het derde lid veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.
2. In de contramemorie heeft verweerder te kennen gegeven dat hij bij beschikking van 18 september 2019 alsnog afwijzend heeft beslist op het verzoek van klager. Een afschrift van de beschikking is bij de contramemorie gevoegd.
3. Nu, zij het buiten de daarvoor gegeven termijn, verweerder een reële beslissing heeft genomen op het verzoek van klager en derhalve alsnog uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het gerecht van 18 februari 2019, heeft klager geen belang meer bij een beoordeling van het bezwaarschrift. Klager kan immers de juistheid van de reële beslissing van 18 september 2019 aanvechten door daartegen bezwaar te maken bij het gerecht, hetgeen klager inmiddels ook heeft gedaan.
4. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk is.
5. Gegeven deze beslissing bestaat voor een proceskostenveroordeling geen wettelijke grondslag.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in ambtenarenzaken en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 10 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
  • Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
  • In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.