ECLI:NL:OGAACMB:2019:85

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
26 augustus 2019
Publicatiedatum
28 augustus 2019
Zaaknummer
AUA201803890
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bevordering ambtenaar

Bij landsbesluit van 9 oktober 2018 werd klager bevorderd naar de rang van hoofdcommies en later hoofdcommies 1ste klasse met terugwerkende kracht. Klager maakte bezwaar tegen dit besluit door een bezwaarschrift in te dienen op 29 november 2018. Het gerecht behandelde de zaak op 3 juni 2019 waarbij klager in persoon verscheen en verweerder werd vertegenwoordigd.

De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaar. Volgens artikel 41 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak moet een bezwaar binnen dertig dagen na de dag van kennisgeving van het besluit worden ingediend. Klager stelde dat hij het besluit op 29 oktober 2018 had ontvangen, maar het bezwaar werd pas op 29 november ingediend, wat de termijn overschreed.

Het gerecht oordeelde dat de bezwaartermijn was verstreken op 28 november 2018 en dat klager niet tijdig bezwaar had gemaakt. Hierdoor werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 26 augustus 2019. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen binnen dertig dagen.

Uitkomst: Het bezwaar van klager tegen het landsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

Uitspraak van 26 augustus 2019
Gaza nr. AUA201803890

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het bezwaar van:

[naam klager],

wonende te Aruba,
KLAGER,
procederend in persoon,
tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 9 oktober 2018 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten klager met ingang van 1 februari 2015 te bevorderen naar de rang van hoofdcommies (schaal 10, dienstjaar 1) en met ingang van 1 februari 2017 te bevorderen naar de rang van hoofdcommies 1ste klasse (schaal 11, dienstjaar 1).
Hiertegen heeft klager bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift op 29 november 2018.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juni 2019. Klager is in persoon verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.
Bij brief van 4 juli 2019 is klager in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de datum van ontvangst van het bestreden landsbesluit.
Op 22 juli 2019 heeft klager een akte ingediend.
De uitspraak is bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
De ontvankelijkheid
1.1
Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken.
Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen.
1.2
In de akte van 22 juli 2019 stelt klager dat hij het betreden landsbesluit op 29 oktober 2018 heeft ontvangen. Het gerecht overweegt dat klager niet tijdig in bezwaar is gekomen tegen het bestreden landsbesluit, nu het bezwaar niet binnen dertig dagen na 29 oktober 2018 is ingediend. De bezwaartermijn, bedoeld in het derde lid van artikel 41 van Pro de La, is immers op 28 november 2018 verstreken.
1.3
Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken in Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
  • Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
  • In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.