Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Onderwerp: van rechtswege verlopen dienstverband
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeker was sinds 1 april 2010 in dienst van het Land Aruba en werkte als ICT-medewerker bij het Bureau Leerplicht. Na politieke veranderingen in 2017 ontving verzoeker een opzeggingsbrief waarin ten onrechte werd gesteld dat het dienstverband van rechtswege eindigde per 31 maart 2018. Verzoeker betwistte dit en stelde dat er geen schriftelijke overeenkomst met een bepaalde duur was gesloten, waardoor het dienstverband voor onbepaalde tijd was.
Het Land Aruba voerde aan dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was en per 31 maart 2018 van rechtswege eindigde, verwijzend naar ministerraadbesluiten en salarisstroken. Het gerecht oordeelde echter dat geen termijn was afgesproken en dat de opzegging niet voldeed aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Het Land had onvoldoende rekening gehouden met de belangen van verzoeker en geen aanbod tot vergoeding gedaan.
Gezien de lange diensttijd van verzoeker en het ontbreken van bezwaren tegen zijn functioneren, werd het ontslag als kennelijk onredelijk beoordeeld. Het Land werd bevolen de dienstbetrekking te herstellen met ingang van 1 april 2018, of een vergoeding van Afl. 59.100,- bruto te betalen. Tevens werd het Land veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van verzoeker is kennelijk onredelijk en het Land wordt bevolen de dienstbetrekking te herstellen of een vergoeding te betalen.