Uitspraak
1.Aanduiding bestreden besluit
2.Het procesverloop
3.Feiten en standpunten
- Hangende laatstgenoemde procedure is de beschikking van 30 oktober 2015 geslagen, waarbij de bezoldiging van klager als Sectiechef Criminele Inlichtingen Dienst met ingang van 10 oktober 2010 retroactief is vastgesteld in schaal 12p, trede 1 met een bovenwindse toelage van 16,3%, uitlopende per 1 januari 2013 in schaal 12p, trede 4.
- Bij uitspraak van dit Gerecht van 27 maart 2017 heeft het Gerecht onder meer overwogen dat verweerder in het –in die uitspraak- bestreden besluit, ten onrechte niets heeft overwogen over de bevordering van klager. Het Gerecht heeft voorts vastgesteld dat aan de rang van hoofdinspecteur de schaal 12, 13 of 14 is verbonden en dat verweerder in het besluit van 30 oktober 2015 niet heeft gemotiveerd waarom klager niet de gevraagde schaal 13 heeft gekregen. Tot slot heeft het Gerecht in die uitspraak overwogen dat verweerder niet voldoende duidelijk heeft overwogen omtrent de nabetalingen. Het beroep is daarom gegrond verklaard en het Gerecht heeft bepaald dat verweerder alsnog moet beslissen op de verzoeken van klager ten aanzien van ten aanzien van bevordering, bezoldiging en nabetaling. Het thans bestreden besluit is naar aanleiding van deze uitspraak genomen.
4.Het Gerecht overweegt als volgt
5.Beslissing
- verklaart het bezwaar gegrond en de bestreden beschikking nietig,
- bepaalt dat verweerder binnen zes weken na heden opnieuw beslist met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen,
- veroordeelt het Land Sint Maarten tot vergoeding aan klager van een bedrag van NAf 1.400,- voor de kosten van deze procedure.