Uitspraak
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[klager],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager, een hoofdagent bij het Korps Politie Curaçao, kreeg een disciplinaire straf opgelegd van terugzetting in de naastlagere rang voor één jaar zonder loonvermindering. Deze straf volgde op strafrechtelijke veroordelingen wegens mishandeling en foltering.
Klager maakte bezwaar tegen het strafbesluit en tegen een herstelbesluit dat een correctie in het strafbesluit aanbracht. Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar tegen het herstelbesluit ontvankelijk is, ondanks het intrekken van het bezwaar tegen het strafbesluit.
Het Gerecht behandelde de vraag of de termijn waarbinnen de disciplinaire straf werd opgelegd een reden was om het strafbesluit te vernietigen. Hoewel het disciplinair onderzoek traag verliep, achtte het Gerecht de strafoplegging niet disproportioneel gezien de ernst van het plichtsverzuim.
Het Gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd openbaar gedaan op 23 april 2019 door rechter N.M. Martinez.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de disciplinaire straf wordt ongegrond verklaard en de straf blijft gehandhaafd.