ECLI:NL:OGAACMB:2019:3

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
18 februari 2019
Publicatiedatum
7 maart 2019
Zaaknummer
AUA201600631
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 La
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens gebrek aan belang na beslissing op verzoek ambtenaar

Klaagster diende een bezwaar in tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek tot toekenning van twee extra periodieke verhogingen. De rechtbank had in een eerdere uitspraak bepaald dat verweerder binnen drie maanden een beslissing moest nemen.

Verweerder nam op 21 maart 2018 een beslissing op het verzoek van klaagster, waarmee naar het oordeel van het gerecht aan de rechterlijke uitspraak was voldaan. Klaagster heeft geen bezwaar ingediend tegen deze beslissing, wat noodzakelijk is om het gerecht te kunnen laten toetsen.

Het gerecht overweegt dat omdat verweerder aan de uitspraak heeft voldaan, klaagster geen belang meer heeft bij de procedure. Daarom verklaart het gerecht het bezwaar niet-ontvankelijk. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen binnen de gestelde termijn.

Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder een beslissing heeft genomen die voldoet aan de rechterlijke uitspraak.

Uitspraak

Uitspraak van 18 februari 2019
Gaza nr. AUA201600631

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het bezwaar van:

[Klaagster],

wonende te Aruba,
KLAAGSTER,
gemachtigde: R.E.A. Wouters,
tegen:

de Minister van Financiën, Economische Zaken en Cultuur,

zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 8 juli 2015 van dit gerecht (Gaza nr. 3191 van 2012), is het bezwaar van klaagster gericht tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek tot toekenning van twee extra periodieke verhogingen, gegrond verklaard. In de uitspraak is bepaald dat verweerder binnen drie maanden na de uitspraak een beslissing op het verzoek van klaagster dient te nemen.
Klaagster heeft op 29 januari 2016 een pro-forma bezwaarschrift ex artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend en heeft de gronden van haar bezwaar op 5 juni 2017 aangevuld.
Het gerecht heeft de zaak, na diverse aanhoudingen, ter zitting behandeld op 8 oktober 2018, waar alleen verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde voornoemd. Ter zitting van 7 januari 2019 is de behandeling voortgezet. Klaagster is in persoon verschenen en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.
Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Het wettelijke kader
1. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.
De standpunten van partijen
2.1
Het bezwaarschrift van klaagster strekt ertoe vergoeding van geleden schade te verkrijgen. Klaagster betoogt hiertoe dat zij sedert 1 maart 1997 recht heeft op twee periodieke verhogingen wegens het behalen van het vakdiploma HK-deel 1. Een passende schadevergoeding komt, aldus klaagster, neer op Afl. 100.000,- immateriële schade en Afl. 2.080,- aan materiële schade.
2.2
Verweerder heeft op 21 maart 2018 een afwijzende beslissing genomen op het verzoek van klaagster. Ter zitting heeft verweerder opgemerkt dat er gezien de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (RvBAz 2015/76383) in de zaak van de collega’s van verzoekster, twijfel is of deze beslissing correct is. Verzoekster had echter tegen de beslissing van 21 maart 2018 een bezwaarschrift moeten indienen.
De beoordeling
3.1
Het gerecht overweegt als volgt. Uit de wettekst, zie onder 1., volgt dat het in dit geval gaat om de vraag of verweerder gevolg heeft gegeven aan de rechterlijke beslissing van 8 juli 2015. Verweerder heeft op 21 maart 2018 een beslissing genomen op het verzoek van klaagster. Met die beslissing heeft verweerder gevolg gegeven aan de uitspraak. Daarom heeft klaagster geen belang meer bij onderhavige procedure.
3.2
Desgevraagd heeft klaagster ter zitting vermeld dat zij geen bezwaar heeft ingediend tegen de beschikking van 21 maart 2018. Klaagster heeft toegelicht dat het bij haar dienst de gewoonte is om eventuele fouten in beschikkingen, bij de dienst zelf mondeling aan te kaarten. Het gerecht overweegt dat bij het gerecht alleen opgekomen kan worden tegen de beschikking van 21 maart 2018 door een bezwaarschrift in te dienen. Nu dit niet is gebeurd, kan het gerecht zich niet uitspreken over deze beschikking.
3.3
Het bezwaar zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 18 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
  • Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
  • In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.