ECLI:NL:OGAACMB:2019:110
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond tegen gedeeltelijke afwijzing bevorderingsverzoek ambtenaar
Klaagster heeft bij verweerder een verzoek ingediend om bevorderd te worden naar hogere rangen binnen de ambtelijke schaalstructuur met terugwerkende kracht vanaf diverse data. Verweerder heeft dit verzoek slechts gedeeltelijk gehonoreerd en klaagster bevorderd naar lagere schalen dan zij heeft gevraagd. Klaagster maakte bezwaar tegen deze gedeeltelijke afwijzing.
Het gerecht oordeelt dat het bezwaar ontvankelijk is, aangezien klaagster tijdig bezwaar heeft gemaakt na ontvangst van het landsbesluit. In de beoordeling stelt het gerecht vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het eerdere landsbesluit van 19 oktober 2012, waarin de functie van consulent maximaal gewaardeerd werd op schaal 10, zou berusten op een fout. Verweerder verwees slechts naar een latere waardering van de functie beoordelaar bij de Sociale Verzekeringsbank op schaal 8, zonder nadere toelichting of vergelijking tussen functies.
Daarmee is de gedeeltelijke afwijzing van het bevorderingsverzoek onvoldoende onderbouwd. Het gerecht verklaart het bezwaar gegrond, vernietigt het landsbesluit van 6 februari 2019 en bepaalt dat verweerder binnen drie maanden opnieuw op het verzoek moet beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan klaagster.
Uitkomst: Het bezwaar van klaagster wordt gegrond verklaard en het landsbesluit van 6 februari 2019 wordt vernietigd.