Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
onbevoegdom van het tegen de brief van 3 januari 2018 gemaakte bezwaar kennis te nemen;
niet-ontvankelijk;
niet-ontvankelijk.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft het bezwaar van een ambtenaar tegen een toegangsontzegging tot het ministerie en tegen mededelingen van de minister over een integriteitsonderzoek. De toegangsontzegging werd aanvankelijk voor drie maanden opgelegd vanwege een onderzoek naar mogelijk niet-integer handelen, met verlenging tot eind 2017. Na afloop van deze periode werd de toegang feitelijk ontzegd, waarop de ambtenaar bezwaar maakte.
Het Gerecht oordeelt dat de brief waarin de minister de stand van zaken van het onderzoek meedeelt geen beschikking is en daarom niet vatbaar voor bezwaar. De feitelijke belemmering van toegang tot de werkplek is niet meer ongedaan te maken, waardoor het bezwaar in zoverre niet-ontvankelijk is. Ook de brieven van februari 2018 waarin de minister informatie verstrekt en de ambtenaar gelegenheid geeft te reageren, zijn volgens het Gerecht geen beschikkingen waartegen bezwaar mogelijk is.
Verder is vastgesteld dat het onderzoek niet is ingesteld naar aanleiding van een integriteitsmelding zoals bedoeld in de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht, zodat de procedure niet is geschonden. De ambtenaar heeft gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid tot schriftelijke reactie, waardoor geen belang is geschaad. Het Gerecht wijst het bezwaar af en veroordeelt niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart zich onbevoegd en niet-ontvankelijk in het bezwaar tegen de toegangsontzegging en gerelateerde brieven.