ECLI:NL:OGAACMB:2018:40
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen disciplinaire straf wegens vermeend plichtsverzuim ambtenaar
Een ambtenaar diende bezwaar in tegen een disciplinaire maatregel van gedeeltelijke inhouding van inkomen, opgelegd wegens vermeend plichtsverzuim door ongeoorloofde afwezigheid op 15 oktober 2016. De ambtenaar stelde dat hij op die dag geen dienst had omdat het een zaterdag betrof en hij een administratieve functie bekleedt waarbij weekenddiensten niet voorkomen.
Het gerecht overwoog dat de ambtenaar gehouden is zijn ambtsplichten nauwgezet te vervullen en dat plichtsverzuim alleen kan worden aangenomen indien op basis van deugdelijk vastgestelde feiten overtuigend is vastgesteld dat de ambtenaar zich schuldig heeft gemaakt aan het verwijt. Tijdens de zitting verklaarde de verweerder dat de datum van ongeoorloofde afwezigheid onjuist was vermeld en dat het eigenlijk om 17 oktober 2016 ging, een maandag.
Hierdoor concludeerde het gerecht dat de bestreden beschikking op een onjuiste feitelijke grondslag is gebaseerd en niet in stand kan blijven. Het bezwaar werd gegrond verklaard, het landsbesluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim wordt gegrond verklaard en het landsbesluit vernietigd.