ECLI:NL:OGAACMB:2018:11
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid ambtenarenrechter bij ontbreken schriftelijke aanstelling ambtenaar
Verzoekster werd per brief van 27 december 2017 geïnformeerd over het beëindigen van haar dienstverband met het Land per 31 januari 2018. Zij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening tot schorsing van deze beslissing. De kern van het geschil is of de ambtenarenrechter bevoegd is om over dit verzoek te oordelen.
Volgens de Landsverordening ambtenarenrecht is de ambtenarenrechter alleen bevoegd voor personen die als ambtenaar zijn benoemd of aangesteld door het bevoegde gezag, de Gouverneur. In deze zaak is geen schriftelijk aanstellingsbesluit door de Gouverneur afgegeven. Verzoekster stelde dat zij als werknemer zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst toch onder de ambtenarenrechtspraak valt, maar dit werd verworpen.
Het gerecht verwijst naar jurisprudentie dat zonder formeel aanstellingsbesluit slechts onder bijzondere omstandigheden sprake kan zijn van een feitelijke aanstelling. In deze zaak is onvoldoende gebleken van een dergelijke bedoeling of feitelijke aanstelling. Ook het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst maakt verzoekster geen ambtenaar in de zin van de Landsverordening.
Daarom verklaart het gerecht zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening en schorsing. De uitspraak is gedaan op 26 februari 2018 door de ambtenarenrechter W.J. Noordhuizen.
Uitkomst: De ambtenarenrechter is onbevoegd omdat verzoekster geen ambtenaar is door het ontbreken van een schriftelijke aanstelling.