Uitspraak
VONNIS IN KORT GEDING
[eiser],
[gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Eiser is bij vonnis van 26 oktober 2016 veroordeeld tot ontruiming van een woning, met uitvoerbaar bij voorraad verklaring. Eiser stelde hoger beroep in en vorderde in kort geding executieverbod of schorsing van de tenuitvoerlegging totdat het hoger beroep is beslist.
Eiser stelde dat het vonnis berust op een feitelijke en juridische misslag, omdat gedaagde geen eigendomsrechten kon aantonen en eiser de huur via verrekening had betaald. Tevens dreigde eiser met echtgenote en drie minderjarige kinderen zonder woonruimte te komen, terwijl gedaagden over andere huisvesting beschikken.
Gedaagde betwistte de misslag en stelde dat eiser geen recht had op verblijf na huurperiode. Ook betwistte gedaagde investeringen van eiser in de woning. Gedaagde en diens medegedaagde moeten hun huidige woning verlaten per 31 januari 2017.
Het gerecht oordeelde dat onmiddellijke ontruiming onaanvaardbaar is vanwege de dreigende noodsituatie voor eiser en gezin. De belangenafweging leidde tot een verbod op tenuitvoerlegging tot 1 maart 2017, met een gematigde dwangsom. Hiermee krijgt eiser extra tijd om vervangende huisvesting te vinden, terwijl gedaagde uitzicht houdt op voortgezet verblijf na 1 februari 2017.
De vordering jegens medegedaagde werd afgewezen wegens gebrek aan executoriale titel. Partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het gerecht verbiedt de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming van de woning tot 1 maart 2017 met een dwangsom.